Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.2.4:9.2.4 Uit de wetsgeschiedenis volgt geen tegenargument
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.2.4
9.2.4 Uit de wetsgeschiedenis volgt geen tegenargument
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS591108:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 8.3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
431. De wettelijke verankering van de derdenwerking van het retentierecht in het (nieuw) BW, heeft juist op het punt van derdenwerking veel duidelijkheid geschapen. Het maakte een einde aan uitgebreide discussie in de literatuur en uiteenlopende rechtspraak onder het Oud BW over de positie van de retentor tegenover derden met rechten op de zaak. In de regeling van het retentierecht in de Faillissementswet is veel minder dan in het BW rekening gehouden met derden-betrokkenen. In hoofdstuk 8 bleek al dat de positie van separatisten met betrekking tot de zaak niet onder ogen is gezien (en dat dat heeft geleid tot uiteenlopende opvattingen in de literatuur over de verhouding tussen art. 57 en art. 60 Fw).1 Ook met de positie van een derde-eigenaar van de zaak lijkt geen rekening te zijn gehouden bij de aanpassing van de Faillissementswet. Uit het feit dat simpelweg niet is gedacht aan deze mogelijkheid, volgt in ieder geval geen argument tegen toepasselijkheid van art. 60 Fw.