Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.2.6:9.2.6 Tussenconclusie
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.2.6
9.2.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS587559:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze terminologie ontleen ik aan Schoordijk 1996, p. 862-863.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
435. Een geïsoleerde grammaticale interpretatie van het begrip schuldeiser in art. 60 Fw sluit toepassing op het derdenretentierecht uit. Maar een systematische analyse van een aantal vergelijkbare gevallen waarin de positie van een verhaalsgerechtigde jegens een failliete derde aan de orde is, laat zien dat zowel de wetgever als de Hoge Raad bereid is om degene met een verhaalsrecht, maar zonder vordering op de gefailleerde, in het faillissement van de derde net zo te behandelen als een ‘echte’ schuldeiser van die derde. Ook de ratio van art. 60 Fw pleit voor toepassing op het derdenretentierecht. Op basis van mijn analyse kan ik nog niet concluderen dat iedere verhaalsgerechtigde-niet-schuldeiser in alle opzichten gelijkgesteld moet worden met een ‘schuldeiser’ als bedoeld in de Faillissementswet, maar een ontwikkeling in die richting is in ieder geval waarneembaar. Wat betreft het retentierecht is de conclusie op basis van het “aftasten van het systeem”1 van jurisprudentie van de Hoge Raad, de visie van de wetgever op het verhaalsrecht in het huwelijksvermogensrecht en de ratio van art. 60 Fw en die van art. 3:292 jo. 3:291 BW dat een retentor met een verhaalsrecht op de zaak van een failliete derde als ‘schuldeiser’ in de zin van art. 60 Fw kan worden aangemerkt. De consequenties hiervan voor de posities van de curator van de derde, de schuldenaar en de retentor komen aan bod in paragraaf 9.3.