Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.2.1:9.2.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/9.2.1
9.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS591106:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Biemans 2009a, p. 90; Engels & Ourhris 2016, p. 130. Anders: Wessels III 2013/3491 en Goethals & Hekman 2018, p. 218.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
426. Met ‘schuldeiser’ bedoelen we doorgaans een partij die krachtens een verbintenis tot een prestatie van een ander gerechtigd is. De schuldeiser met een retentierecht is niet gerechtigd tot een prestatie van de derde. Hij mag zich ingevolge art. 3:291 jo. 3:292 BW wel verhalen op de zaak van de derde. Betekent het feit dat de retentor een verhaalsrecht jegens de derde heeft, dat hij aangemerkt kan worden als schuldeiser in de zin van art. 60 Fw? In deze paragraaf onderzoek ik de reikwijdte van het begrip ‘schuldeiser’ in de zin van art. 60 Fw. Dat doe ik aan de hand van de verschillende klassieke interpretatiemethodes: tekstuele, wetshistorische, systematische en teleologische interpretatie. De uitkomst van de interpretatie van het begrip is dat de retentor met een verhaalsrecht jegens een derde als schuldeiser in de zin van art. 60 Fw heeft te gelden, zodat art. 60 Fw toepasselijk is op het retentierecht in faillissement van derde-eigenaren.1