Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/4.2.4.1
4.2.4.1 De purchase-money security interest
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90944:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
§9-109 UCC. Article 9 UCC maakt voor de toepassing van enkele bepalingen wel een onderscheid tussen verschillende zekerheidsrechten, bijvoorbeeld op grond van het type onderpand (bijv. goods, accounts) of secureerde vorderingen (bijv. purchase-money). Deze verschillen worden echter gemaakt aan de hand van functionele, en dus niet meer op grond van formele grenzen. Gilmore 1965, p. 290; White & Summers 2010, p. 1149.
Zijn beide zekerheidsrechten niet voltooid, dan geldt ook de first-in-time, first-in-right-regel, maar wordt wel gekeken naar het tijdstip van vestiging, bij gebrek aan een tijdstip van voltooiing. Bij een conflict tussen een voltooid en onvoltooid zekerheidsrecht wordt de first-in-time, first-in-right-regel niet toegepast, maar gaat het voltooide zekerheidsrecht in rang boven het onvoltooide zekerheidsrecht, ongeacht de tijdstippen van vestiging c.q. voltooiing, §9-322 (a)(2) UCC. Zie hierover: Sigman 2008, p. 145.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.4.2.
Gilmore, Harvard Law Review 1963, p. 1338.
Gilmore, Harvard Law Review 1963, p. 1376; Summers, Northwestern University LawReview 1978, p. 920-923; Nickles, Arkansas Law Review 1981, p. 1172; Lloyd, Tennessee Law Review 1985, p. 16 en verwijzingen in voetnoot 72 en p. 37, 47; Beard, Tennessee Law Review 1990, p. 480-486; Hakes, Oregon Law Review 1993, p. 383-384.
Gilmore, Harvard Law Review 1963, p. 1337; Gilmore 1965, p. 74-75.
De purchase-money security interest kan ook worden gevestigd ten gunste van een kredietverstrekker, niet zijnde de leverancier, die krediet verstrekt voor de aankoop van de specifieke zaken. Op deze zaken kan de kredietverstrekker een purchase-money security interest verkrijgen voor de aankoopfinanciering. In het geval de leverancier en deze kredietverstrekker beiden bijdragen aan de verkrijgen van dezelfde zaak, verkrijgen zij beiden een purchase-money security interest. In dat geval gaat de purchase-money security interest van de leverancier voor, ongeacht de tijdstippen van voltooiing van de purchase-money security interests, bepaalt §9-324 sub g UCC. Dit laat ik verder rusten.
De Uniform Commercial Code bepaalt dat de leverancier zich de eigendom van de geleverde zaken niet kan voorbehouden totdat de koopprijs is betaald, althans dat het eigendomsvoorbehoud een zekerheidsrecht (security interest) is op de zaak. In §1-201 lid 35 staat:
“The retention or reservation of title by a seller of goods notwithstanding shipment or delivery to the buyer under Section 2-401 is limited in effect to a reservation of a ‘security interest’”.1
Dit is het gevolg van de functionele benadering (functional approach) die ten grondslag ligt aan Article 9 UCC. Deze benadering houdt in dat soortgelijke zekerheidsfiguren dezelfde uitwerking moeten krijgen, ongeacht of zij verschillen qua juridische constructie. Gekeken moet worden naar de economische functie van het instrument, de figuur of de transactie.2 Niet van belang zijn de formele verschillen tussen de verschillende instrumenten of hun benamingen. Dit heeft tot gevolg dat alle zekerheidsinstrumenten, ongeacht de naam of vorm van de transactie, in beginsel onder het paraplubegrip security interest vallen en daarmee onder het toepassingsbereik van Article 9 UCC.3
De leverancier kan dus een security interest verkrijgen of zich een dergelijk recht voorbehouden op de door hem geleverde zaken. Dit zekerheidsrecht neemt in beginsel rang naar het moment van voltooiing (bij voorbaat) op grond van de first-in-time, first-in-right-regel in §9-322 (a) (1) UCC.4 Met first-in-time wordt gedoeld op het tijdstip van registratie van een financing statement of een andere wijze van voltooiing. Deze regel wordt toegepast bij een conflict tussen twee of meer voltooide zekerheidsrechten. Er wordt niet gekeken naar het tijdstip van vestiging. Ook is niet van belang of de leverancier zich een zekerheidsrecht heeft voorbehouden.
In de praktijk leidt de toepassing van de first-in-time, first-in-right-regel doorgaans tot de verkrijging van een tweede zekerheidsrecht voor de leverancier op door hem geleverde zaken. Een geldkredietverstrekker heeft veelal eerder een zekerheidsrecht voltooid (bij voorbaat) door middel van een registratie van een financing statement in het openbare register.5
Dit resultaat werd door de ontwerpers van Article 9 UCC onwenselijk geacht. Zij waren zich ervan bewust dat met de invoering van de functionele benadering de leverancier geen voorrangspositie meer kon verkrijgen door zich de eigendom van de geleverde zaken voor te behouden. Zij vonden het resultaat dat werd bereikt onder het recht dat gold vóór de invoering van Article 9 UCC echter wel wenselijk en gerechtvaardigd op grond van de volgende redenen.6Ten eerste maakt de leverancier het voor de koper mogelijk om de zaken te verwerven door de zaken op krediet te leveren. Hij verkrijgt een koopprijsvordering op de koper en wil hiervoor een eerste zekerheidsrecht verkrijgen op de geleverde zaken. De nauwe band die bestaat tussen de zaken en de koopprijsvordering rechtvaardigt de voorrang voor dit zekerheidsrecht.7Ten tweede worden bestaande schuldeisers niet benadeeld, omdat de geleverde zaken nog niet tot het vermogen van de koper behoorden.8 Zou een andere schuldeiser daarentegen een zekerheidsrecht met een hogere rang verkrijgen dan de leverancier door wiens prestatie het verhaalsvermogen is vergroot, dan komt aan die andere schuldeiser een ongerechtvaardigd voordeel toe ten nadele van de leverancier.9Ten derde onderkenden de ontwerpers het economische belang van leverancierskrediet. De aankoop van (nieuwe) installaties, apparatuur en voorraden is een steeds weer terugkerende kwestie voor ondernemingen. Zij kunnen de koopprijs voor deze zaken niet steeds direct voldoen. Een leverancier wil deze zaken op krediet verstrekken, indien hij hiervoor zekerheid verkrijgt dat niet in rang komt na een eerder gevestigd zekerheidsrecht. Het recht moet dit faciliteren. Dit heeft een positief effect op de verstrekking van zaken op krediet, de handel en in het verlengde hiervan ook de groei van de ondernemingen van de koper en de leverancier. Uiteindelijk draagt het bij aan de economische groei.10
Op grond van deze redenen hebben de ontwerpers van Article 9 UCC de purchase-money security interest ontworpen. Dit is een zekerheidsrecht dat wordt verkregen op de geleverde zaken en strekt tot zekerheid van de koopprijsvordering. Aan dit zekerheidsrecht is superpriority verbonden (§9-103 jo. 9-324 UCC).11 Dit heeft tot gevolg dat het zekerheidsrecht voorrang heeft boven andere zekerheidsrechten op de geleverde zaken, ongeacht het tijdstip van voltooiing. Het is een uitzondering op de hoofdregel dat zekerheidsrechten rang nemen naar het tijdstip van voltooiing op grond van de first-in-time, first-in-right-regel. Op deze wijze wordt de door de ontwerpers wenselijke en gerechtvaardigd geachte uitkomst, zijnde een voorrangspositie voor leverancierskrediet, bereikt.