Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/4.2.6
4.2.6 Vaststelling van de kosten van het deskundigenbericht
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459111:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 30 september 2010, Stb. 726.
Besluit griffierechten in burgerlijke zaken, 26 oktober 2010, Stb. 727.
Besluit tarieven in strafzaken, 16 augustus 2003, Stb. 330.
Artikel 6 Besluit tarieven in strafzaken. Voor onder anderen artsen, psychologen en vertalers gel den vaste tarieven. Gelet op het feit dat in strafzaken deze kosten altijd voor rekening van de staat komen, is het wel begrijpelijk dat hiervoor vaste tarieven gelden. Verder moet worden bedacht dat de tarieven van artsen en andere paramedische beroepen ook overigens zijn gereguleerd.
De Groot 2012, p. 84.
De verplichting voor deskundigen in het strafprocesrecht om de door de rechter opgedragen diensten te bewijzen is opgenomen in artikel 51j lid 1 Sv.
Leidraad deskundigen in civiele zaken nr. 141.
Vgl. Rb. Den Haag 3 juni 2009, NJF 2009/377 (Unicom Den Haag/A. Holding). Vgl. ook OK 29 september 2009, ARO 2009/152 (FOCWA), de enige uitspraak waarin de Ondernemingskamer met een vergelijkbare redenering een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget niet integraal heeft gehonoreerd. Zie over deze uitspraak verder § 4.5.3.
Ook de Leidraad deskundigen in civiele zaken nr. 143 gaat hiervan uit. Vgl. Hof Amsterdam 16 november 2006, NJF 2007/141 (London Verzekeringen/Z.); De Groot 2012, p. 92.
Aldus HR 20 april 1923, NJ 1923, p. 721; Hof Amsterdam 8 november 2011, NJF 2012/47 (NautaDutilh c.s./Fr é lan c.s.). Vgl. ook De Groot 2012, p. 93, die schrijft dat dit “niet geregeld is”.
De deskundigen hebben aanspraak op schadeloosstelling en op loon, door de rechter te begroten.1 De begroting van de schadeloosstelling en het loon waarop de deskundigen aanspraak kunnen maken, dient ingevolge het bepaalde in artikel 26 Wet griffierechten burgerlijke zaken,2 in verband met artikel 2 van het Besluit griffierechten in burgerlijke zaken,3 te geschieden naar de regels vervat in artikelen 1-9, 11 en 15 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.4 Voor deskundigen die niet een medisch of daarmee vergelijkbaar beroep uitoefenen, bedraagt het wettelijk uurtarief (exclusief omzetbelasting) € 116,09.5 In de praktijk wordt evenwel vaak van de wettelijke regeling afgeweken.6 Anders dan in strafzaken is de deskundige namelijk niet verplicht een benoeming tot deskundige te aanvaarden.7 Het behoeft ook geen betoog dat veel deskundigen, zoals bijvoorbeeld forensisch accountants, niet bereid zullen zijn om voor dit uurtarief aan de slag te gaan. Het zou mijn voorkeur hebben indien de wet in overeenstemming zou worden gebracht met de praktijk, en de wetgever de vaststelling van het uurtarief van deskundigen aan de rechter zou overlaten. Het Besluit tarieven in strafzaken bevat ook bepalingen over de wijze waarop uren en verschotten moeten worden vastgesteld. Ik laat deze bepalingen verder onbesproken. De Leidraad deskundigen in civiele zaken bepaalt dat de deskundige op zijn eindnota kosten, salaris en BTW afzonderlijk vermeldt. De eventuele kosten moeten per verrichting worden gespecificeerd.8
De deskundigen mogen er niet van uitgaan dat zij de kosten van het onderzoek zonder nader overleg met de rechter en zonder dat partijen zich daarover hebben kunnen uitlaten tot een hoger bedrag mogen laten oplopen. Niet ondenkbaar is immers dat de rechter indien hij dat zou hebben geweten, na overleg met partijen zou hebben afgezien van het bevelen van een (voorlopig) deskundigenbericht. Ook had de rechter na overleg met partijen kunnen besluiten de omvang van het onderzoek te beperken. Als de deskundigen de rechter en partijen die mogelijkheden hebben ontnomen, kan dit een reden zijn om de kosten vast te stellen op een bedrag maximaal gelijk aan het voorschot.9 Uiteraard zal de rechter ook bij de vaststelling van de kosten van het onderzoek het beginsel van hoor en wederhoor in acht moeten nemen, ook al bepaalt de wet dit niet uitdrukkelijk.10 Indien hun eindnota hoger is dan het onderzoeksbudget, zullen de deskundigen moeten motiveren waarom de kosten hoger zijn uitgevallen. Ook als de eindnota van de deskundigen niet hoger is dan het voorschot kan de rechter het salaris en de kosten van de deskundigen lager vaststellen dan door de deskundigen verzocht, bijvoorbeeld indien de kwaliteit van het deskundigenbericht (ver) onder de maat is, en zeker als de rechter daardoor een nader deskundigenbericht moet gelasten. Een andere reden om het salaris en de kosten van de deskundigen lager vast te stellen, kan zijn gelegen in het feit dat de rechter twijfelt aan de juistheid van de urenopgave van de deskundigen, oordeelt dat de deskundigen onevenredig veel tijd aan het deskundigenbericht hebben besteed of zich niet aan de onderzoeksopdracht hebben gehouden. Tegen de vaststelling van hun loon kunnen de deskundigen geen beroep instellen, ook niet als de rechter het loon bij afzonderlijke beschikking heeft vastgesteld.11