Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/9.2.4:9.2.4 Financiering van het toezicht
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/9.2.4
9.2.4 Financiering van het toezicht
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS499966:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Stb. 2006, 504, zoals laatstelijk gewijzigd (Stb. 2009, 437).
De opbrengst van verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boetes komt de AFM toe (art. 5:10 lid 1 Awb). Aangezien de opbrengst in mindering komt op de begrote toezichtskosten heeft de AFM geen eigen financieel belang bij het opleggen daarvan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie betaalt de rekening voor het toezicht van de AFM op de naleving van de openbaarmakingsplicht door uitgevende instellingen? Uit art. 1:40 lid 1 Wft volgt dat de toezichthouder de kosten van de werkzaamheden die hij verricht in verband met de uitvoering van zijn taak op grond van de Wet op het fmancieel toezicht in rekening mag brengen bij de ondernemingen ten aanzien waarvan die werkzaamheden worden verricht. Met betrekking tot de wijze waarop deze kosten jaarlijks in rekening mogen worden gebracht, zijn gedetailleerde regels opgenomen in het Besluit bekostiging financieel toezicht.1
Samengevat weergegeven, gaan de regels van het Besluit bekostiging financieel toezicht ervan uit dat de in rekening te brengen kosten worden gebaseerd op de begroting van de AFM. De geraamde kosten worden vervolgens toegerekend aan categorieën van financiële ondernemingen, uitgevende instellingen en pensioenfondsen naar de mate van hun beslag op de werkzaamheden van de AFM. In art. 8 lid 1 onderdeel i sub 2° van het Besluit bekostiging fmancieel toezicht worden uitgevende instellingen als bedoeld in art. 5:59 Wft (thans: art. 5:25i Wft) als een dergelijke categorie genoemd. Ten slotte worden de per categorie toegerekende geraamde kosten verminderd of vermeerderd met het aan de desbetreffende categorie toe te rekenen exploitatiesaldo en verminderd met de aan de desbetreffende categorie toe te rekenen opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen (voor zover die niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo).2 De minister van Financiën stelt bij ministeriële regeling jaarlijks voor 15 juli op voorstel van de toezichthouder per categorie een tarief vast.
Om een indruk te geven van de omvang van deze aan uitgevende instellingen in rekening gebrachte toezichtskosten geef ik het volgende voorbeeld. Uitgevende instellingen waarvan aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt worden onderverdeeld in drie categorieën: (i) een gemiddelde marktkapitalisatie tot € 500 miljoen, (ii) een gemiddelde marktkapitalisatie van € 500 miljoen tot € 6.500 miljoen en (iii) een gemiddelde marktkapitalisatie van meer dan € 6.500 miljoen. De hiermee overeenkomende toezichtskosten bedragen per uitgevende instelling over 2008: (i) € 1.374 (2007: € 4.500 en 2006: € 3.400), (ii) € 4.215 (2007: € 14.000 en 2006: € 10.700) en (iii) € 8.521 (2007: € 29.000 en 2006: € 22.000). In 2009 zijn de categorieën gewijzigd met als gevolg een substantiële verhoging van de toezichtskosten die aan grotere uitgevende instellingen in rekening worden gebracht. De categorieën zijn thans: (i) een gemiddelde marktkapitalisatie tot € 250 miljoen, (ii) een gemiddelde marktkapitalisatie van € 250 miljoen tot € 3.250 miljoen en (iii) een gemiddelde marktkapitalisatie van meer dan € 3.250 miljoen. De hiermee overeenkomende toezichtskosten bedragen per uitgevende instelling over 2009: (i) € 2.600, (ii) € 8.000 en (iii) € 16.200. Andere categorieën uitgevende instellingen waaraan toezichtskosten in rekening worden gebracht, zijn beleggingsmaatschappijen en uitgevende instellingen die obligaties hebben uitgegeven.