Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/8.4.2
8.4.2 De gevolgen van natrekking voor het recht van reclame en het voorrecht van de onbetaalde verkoper
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90793:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Jansen TPR 2008/1, nr. 30; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art.20, 5° Hyp.W., nr. 47.
Jansen TPR 2008/1, nr. 29; Jansen & Sagaert TPR 2012/3, nr. 141.
François & Cuypers 2013, Commentaar bij art.20, 5° Hyp.W., nr. 48.
Dit is het meerderheidsstandpunt in de literatuur. Zie onder meer Haegenborgh RW 1994-95/40, nr. 7; Jansen TPR 2008/1, nr. 29 en verwijzingen aldaar; Jansen 2009, nr. 114; Jansen & Sagaert TPR 2012/3, nr. 141; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art.20, 5° Hyp.W., nr. 48. Anders: Tilleman 2012, nr. 1126 en Dirix & De Corte 2006, nr. 280.
Haegenborgh RW 1994-95, nr. 40, p. 1367; Jansen TPR 2008/1, nr. 31.
Het recht van reclame en het voorrecht van de on betaalde verkoper vallen niet onder het toepassingsbereik van art. 18 Pandwet. Voor de gevolgen van natrekking voor deze zekerheidsrechten dient te worden gekeken naar art. 20, 5 Hyp.W.
Deze bepaling vereist voor het reclameren van zaken dat deze zich in dezelfde staat bevinden (art. 20, 5 lid 6 Hyp.W.). 1 Met het recht van reclame wordt namelijk beoogd om de leverancier in dezelfde toestand te brengen als waarin hij zou hebben verkeerd had hij de zaken niet geleverd. Worden de zaken van de leverancier een bestanddeel van een hoofdzaak, dan zijn de zaken in goederenrechtelijk opzicht gewijzigd en vervalt het recht van reclame. Verdedigbaar is dat de leverancier zijn geleverde zaak wel kan reclameren, indien deze de hoofdzaak is. Ten eerste is deze uitkomst vergelijkbaar met de gevolgen van natrekking voor het eigendomsvoorbehoud. Ten tweede volgt dit uit het feit dat de leverancier de zaken kan revindiceren na ontbinding, ongeacht of hij het recht van reclame uitoefent. Door ontbinding herkrijgt hij met terugwerkende kracht de eigendom van de geleverde zaak, inclusief de daaraan verbonden bestanddelen. Hij kan de zaak vervolgens terugvorderen. Aangezien de leverancier deze mogelijkheid heeft, dient ook het reclameren van de hoofdzaak inclusief de bestanddelen mogelijk te zijn.
Natrekking leidt niet tot het verlies van het voorrecht van de on betaalde verkoper. Art. 20, 5 Hyp.W. vereist slechts dat de waarde van de zaak zich nog in het vermogen van de koper bevindt.2 Met deze regeling beoogt de wetgever te voorkomen dat de leverancier zijn voorrecht verliest, waardoor de koper ongerechtvaardigd wordt verrijkt ten koste van de leverancier.3 Op grond van de wet mogen de zaken door de bewerkingen zelfs onherkenbaar geworden zijn, zolang de verkoper maar kan bewijzen dat zijn zaken zijn verwerkt in de eenheidszaak.4 In dat geval behoudt hij zijn voorrecht. Dit kan als volgt worden ingepast in het wettelijk systeem. Het voorrecht wordt niet direct uitgeoefend op de zaak, maar op de opbrengst van de eenheidszaak bij executie. Hierom hoeft de leverancier slechts te bewijzen dat zijn geleverde zaak onderdeel uitmaakt van de geëxecuteerde eenheidszaak. Hij kan zich vervolgens op de executieopbrengst van de zaak verhalen tot de waarde van het oorspronkelijke onderpand.5