Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/4.4.4.1:4.4.4.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/4.4.4.1
4.4.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS577087:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op dit moment valt er geen wettelijke bepaling aan te wijzen die expliciet voorziet in de mogelijkheid dat rechters algemene regelingen (rechtersregelingen) vaststellen ten aanzien van de hun toekomende beslissmgsruimte. Hiermee dient de vraag zich aan, in hoeverre rechters de bevoegdheid hebben dit soort regelingen vast te stellen en waarop deze bevoegdheid eigenlijk berust. Deze vraag rijst te meer nu uit het rolrichtlijnen-arrest kan worden afgeleid dat rechtersregelingen, in elk geval in bepaalde gevallen, juridische consequenties kunnen hebben: met name kan aan een rechtersregeling die aan de uit dit arrest af te leiden voorwaarden voldoet, een bepaalde binding toekomen.1 Van belang bij de beantwoording van deze vraag is dat het bij rechtersregelingen steeds gaat om regels die los van een rechterlijke uitspraak tot standkomen.2 Uit het feit dat de rechter de (grondwettelijke) bevoegdheid heeft om recht te spreken in concrete geschillen - en hij in dat kader bovendien tot rechtsvorming kan en mag overgaan3 - volgt dus nog niet dat daarmee ook de vaststelling van rechtersregelingen zonder meer geoorloofd is. Een bevoegdheid tot vaststelling van rechtersregelingen zal daarom op andere wijze gefundeerd moeten worden.