Einde inhoudsopgave
RvdW 1996, 197
HR, 04-10-1996, nr. 16090: Coosen/Goosen
HR 04-10-1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2162 (Coosen/Goosen)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 1996
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Jansen
- Zaaknummer
16090
- LJN
ZC2162
- Roepnaam
Coosen/Goosen
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:ZC2162, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑1996
- Wetingang
Essentie
Rekest-civiel. Bedrog; kan ook verzwijging zijn. Vervolgprocedure.
Samenvatting
Het in art. 382 onder 1° voorkomende woord ‘bedrog’ moet te zamen met de woorden ‘of arglist’ worden opgevat als de weergave van één, hierna als ‘bedrog’ aan te duiden maatstaf. Van bedrog in deze zin is reeds sprake wanneer een partij door haar oneerlijke proceshouding belet dat in de procedure feiten aan het licht komen die tot een voor de tegenpartij gunstige afloop van die procedure zouden hebben kunnen leiden. Dit zal zich onder meer voordoen wanneer een partij feiten als hiervoor bedoeld verzwijgt, terwijl zij wist of behoorde te weten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.