HR, 28-02-1992, nr. 7926
ECLI:NL:PHR:1992:AD8324
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28-02-1992
- Zaaknummer
7926
- LJN
AD8324
- Roepnaam
Sylt
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:1992:AD8324, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑02‑1992
ECLI:NL:PHR:1992:AD8324, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑02‑1992
ECLI:NL:PHR:1944:1, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑05‑1944
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1944:79
Uitspraak 28‑02‑1992
Dit document is (nog) niet beschikbaar gesteld door de rechtsprekende instantie.
Conclusie 28‑02‑1992
Dit document is (nog) niet beschikbaar gesteld door de rechtsprekende instantie.
Conclusie 12‑05‑1944
Inhoudsindicatie
Verplichte vertegenwoordiging voor den Griffier? Verzet tegen een ten onrechte op tegenspraak gewezen vonnis? De integrale tekst van de vordering van de P-G is niet meer voorhanden. De tekst is overgenomen uit de NJ 1944/392.
"het komt mij voor, dat de omstandigheid, dat de Rechtbank een der procespartijen heeft toegelaten in persoon te verschijnen tot vernietiging van het vonnis zal moeten leiden, dat toch het beginsel van verplichte vertegenwoordiging van partijen algemeen geldt, en de wet voor den Griffier der Rechtbank daarop geen uitzondering heeft gemaakt; dat diens verschijning in rechte dan ook een geheel ander karakter draagt, dan dat van het Openbaar Ministerie ingevolge artt. 323 en 324 van genoemd Wetboek, hetwelk optreedt als hoofdpartij (cfr. H.R. 31 October 1929, W. 12084; N.J. 1929, blz. 1693), en voor hetwelk vertegenwoordiging door een procureur niet noodzakelijk geacht moet worden, terwijl toch in een geval als het thans behandelde de Staat door zijn orgaan den Griffier als normale procespartij gedagvaard wordt en de Griffier ten deze niet optreedt ter handhaving van wetten; dat het wenschelijk is omtrent dit punt een beslissing van den Hoogen Raad uit te lokken, nu blijkt, dat de door de Arr.-Rechtbanken gevolgde praktijk niet dezelfde is, ten bewijze waarvan ik hierbij overleg een beslissing der Rechtbank te Rotterdam van 17 September 1943, welke een verzoek van zijn Griffier om zonder procureur te worden toegelaten tot zuivering van een tegen hem verleend verstek van de hand wees, op grond, dat de verweerder in een burgerlijk geding voor de Rechtbank slechts bij procureur kan verschijnen";