Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.8.1:5.8.1 Algemeen
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.8.1
5.8.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS346110:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgaande werden situaties besproken waarin de bestuurder informatie verstrekte waarvan hij ofwel wist dat deze onjuist was ofwel anderszins onzorgvuldig was geweest in het verstrekken ervan. In beide situaties is een noodzakelijk vereiste voor aansprakelijkheid dat voor de bestuurder voorzienbaar was dat de schuldeiser in vertrouwen op zijn uitlatingen (financiële) beslissingen zou nemen. In ieder geval ten aanzien van de zogenoemde ‘negligent misstatements’ kan in gemoede worden gesteld dat de oorsprong van de door de bestuurder in acht te nemen norm ligt in het honoreren van het vertrouwen van de schuldeiser dat hij rekening zou houden met zijn belangen. In het licht hiervan kan de vraag worden gesteld of aansprakelijkheid van de bestuurder ook aan de orde kan zijn in gevallen waarin weliswaar geen sprake is van onjuiste of onzorgvuldige informatieverstrekking, maar waarbij de schuldeiser door mededelingen van de bestuurder het vertrouwen koestert dat de bestuurder zich anderszins (persoonlijk) zijn belangen zal aantrekken. Een drietal uitspraken van de Hoge Raad waarin een dergelijke zorgplicht werd aangenomen kan in dit kader worden genoemd.