De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift
Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/6.3.3.1:3.3.1 Inleidende opmerkingen
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/6.3.3.1
3.3.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS948171:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie met name paragraaf 3.5.3 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
295. Waar artikel 1:94 lid 2 sub a BW van boedelmenging uitzondert de goederen die men als erfgenaam, als legataris, of als lastbevoordeelde kan verkrijgen, worden in artikel 1:94 lid 2 sub c BW goederen opgesomd die men uit andere hoofde krachtens erfrechtelijke titel kan verkrijgen. Artikel 1:94 lid 2 sub c BW zondert daarbij van boedelmenging uit ‘rechten op het vestigen van vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 29 en 30 van Boek 4, het vruchtgebruik dat op grond van die bepalingen is gevestigd, alsmede hetgeen wordt verkregen ingevolge de artikelen 34, 35, 36, 38, 63 tot en met 92 en 126, eerste lid 1 en tweede lid, onderdelen a en c, van Boek 4’. In artikel 4:63-4:92 BW is de legitieme geregeld. In artikel 4:28-4:41 BW zijn de ‘andere wettelijke rechten’ geregeld. Artikel 4:126 lid 1 en 2 onderdeel a en c BW, hebben ten slotte betrekking op de zogenoemde ‘giften ter zake doods’. Alhoewel de wet deze in artikel 4:126 BW in een aantal opzichten gelijk stelt met een legaat, zijn dergelijke giften des doods geen verkrijgingen krachtens erfrecht, maar verkrijgingen krachtens gift. Op deze uitzondering zal daarom in paragraaf 3.5 nog nader worden ingegaan.1