Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/6.2.2.3
6.2.2.3 Motiveringseisen bij afwijking
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS583072:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In deze zin ook Terlouw 2003, p. 347; Brerininkmeijer 2001a, p. 60; Widdershoven 1999, p. 362; Ingelse & Molenberg 2000, p. 1145; Snijders 1997b, p. 1796-1797; Cleiren 1997, p. 33. Kritisch over een motiveringsplicht bij afwijking is Jessurun d'Oliveira 1999b, p. 383-384, die meent dat een toch al overbelaste rechter wel 'bijzonder ongelukkig' moet zijn, wil hij de moeite nemen voor een speciaal gemotiveerde uitspraak.
Zie in deze zin met name HR 4 juni 1993 (Vredo/Veenhuis), N] 1993, 659 m.nt. DWFV.
Het gaat bij deze motiveringseis overigens om een soortgelijke eis als geldt bij het afwijken van of het terugkomen op eerdere rechtspraak (precedenten): ook afwijken daarvan is toegestaan, mits dit gemotiveerd gebeurt (zie hierover § 7.5.4 en § 8.3.5.4).
Zie §6.3.2.2.
In deze zin m.b.t. het liquidatietarief ook Ingelse & Molenberg 2000, p. 1145. Een soortgelijke motiveringseis is overigens bij bestuurlijke beleidsregels eveneens terug te vinden: hoewel het bestuur bij handelen conform een beleidsregel in beginsel ter motivering zal kunnen volstaan met verwijzing naar die beleidsregel (zie art. 4:82 Awb), ligt dit anders wanneer de burger er een beroep op doet dat in casu sprake is van een Tjijzonder geval', dat tot afwijking van de beleidsregel dient te leiden. Alsdan zal het bestuur moeten motiveren waarom niet van de beleidsregel wordt afgeweken (zie Konijnenbelt & Van Male 2002, p. 230; De Waard 1997, p. 122-123).
Vgl. § 6.3.2.2.
Hoewel de rechter, zoals in de voorgaande paragraaf bleek, in bijzondere gevallen de mogelijkheid heeft tot afwijking van een rechtersregeling, zal hierbij de eis gesteld moeten worden dat deze afwijking afdoende wordt gemotiveerd.1 Iedere rechterlijke beslissing behoort immers zodanig te worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang, teneinde de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar te maken.2 De rechter zal bij zijn beslissing dus moeten aangeven welke bijzondere omstandigheden of andere redenen zijns inziens afwijking van een bepaalde rechtersregeling rechtvaardigen.3 Dit is niet slechts van belang voor de betrokken pardjen zelf of (in geval van hoger beroep of cassatie) de hogere rechter, maar ook voor de rechtsontwikkeling: toekomstige gevallen hebben er baat bij indien duidelijk wordt gemaakt waarom in bepaalde omstandigheden een rechtersregeling wel of niet wordt toegepast. Hoe ver deze motiveringseis in het concrete geval gaat is overigens niet in algemene zin te zeggen, maar hangt (onder meer) af van het tussen partijen gevoerde debat.4
Om de zojuist genoemde redenen kan ook een omgekeerde motiveringseis worden bepleit: indien door een partij (onderbouwd) wordt betoogd dat in casu van een rechtersregeling afgeweken dient te worden, zou van de rechter kunnen worden verlangd dat hij motiveert waarom hij desondanks niet van de regeling afwijkt.5 Nu het volgen van een rechtersregeling echter de hoofdregel is, zal de motivering bij niet-afwijking in de meeste gevallen niet zeer uitvoerig behoeven te zijn (nog daargelaten dat dit praktisch gezien veelal ook niet van de rechter gevergd zal kunnen worden). Onder omstandigheden kan echter een uitgebreidere motivering op haar plaats zijn, met name indien hetgeen door partijen is aangevoerd daartoe aanleiding geeft.6
In beide hier genoemde gevallen (afwijking van een rechtersregeling, respectievelijk niet-afwijking daarvan ondanks een daartoe strekkend beroep) is bovendien denkbaar dat deze verplichting tot motivering uiteindelijk in cassatie getoetst zal kunnen worden. Ik kom hierop terug in § 6.3.5.