Bij emigratie eindigt vaak het (onbeperkte) Nederlandse heffingsrecht van de directe belastingen. Om de binnen de Nederlandse jurisdictie ontstane maar nog niet gerealiseerde voordelen toch te kunnen belasten, gelden eindafrekeningsbepalingen. Bij die ‘exitheffingen’ speelt het Unierecht een belangrijke rol.
Antwoorden op vragen
Dit thema bespreekt het leerstuk van ‘emigratie en eindafrekening’ in de inkomstenbelasting- en vennootschapsbelastingsfeer. Het thema gaat ook in op de invordering van de conserverende aanslag na een ‘exit’ en de impact van het Unierecht op de Nederlandse wetgeving. Eindafrekening in de bronbelastingensfeer komt beknopt aan de orde.
In dit thema krijgt u onder meer antwoord op de volgende vragen:
•
Wat is een ‘exitheffing’ of ‘eindafrekening’?
•
Wanneer leidt emigratie tot belastingheffing?
•
Wat is het verschil tussen ‘belastinguitstel’ en ‘inningsuitstel’?
•
Hoe worden de woonplaats van een natuurlijk persoon en de vestigingsplaats van een lichaam bepaald?
•
Wat is een conserverende aanslag?
•
Bestaat verschil tussen een emigratie binnen de EU/EER en daarbuiten?
•
Welke voorwaarden voor invordering gelden in de aanmerkelijkbelangsfeer?
•
Welke voorwaarden voor invordering gelden in de winst- en resultaatssfeer?
•
Welke voorwaarden voor invordering gelden in de vennootschapsbelastingsfeer?
•
In hoeverre moet Nederland rekening houden met latere waardestijgingen en waardedalingen?
•
Welke impact heeft het Unierecht op de Nederlandse wetgeving?
•
Wat zijn de kenmerken van de voorgestelde Spoedwet conditionele eindafrekening dividendbelasting?
Emigratie
De verplaatsing van de woonplaats of vestigingsplaats naar het buitenland wordt aangemerkt als een exit. Vaak leidt dit tot een exitheffing van een directe belasting.
Exit
Een ‘exit’ ziet op het onttrekken van een ongerealiseerde waardemutatie aan de fiscale heffingsjurisdictie. Een voorbeeld is de bij emigratie in Nederland opgebouwde maar nog niet gerealiseerde winst op vermogensbestanddelen.
Exitheffing
Een ‘exit’ leidt vaak tot een ‘exitheffing’. Met een ‘exitheffing’ beoogt het land van vertrek de binnen haar fiscale jurisdictie ontstane maar nog niet gerealiseerde meerwaarde alsnog in de belastingheffing te betrekken.
Unierecht
Het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft aangegeven aan welke voorwaarden een exitheffing moet voldoen. Binnen de EU worden grensoverschrijdende bewegingen onder meer beschermd door de fundamentele vrijheden van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).
ATAD1
Door de eerste antibelastingontwijkingsrichtlijn (ATAD1) geldt per 1 januari 2019 voor alle EU lidstaten eenzelfde exitheffing binnen de vennootschapsbelastingsfeer. Er bestaan twijfels over de Unierechtelijke houdbaarheid van deze exitheffing.
Belastinguitstel of inningsuitstel
Een exitheffing kan de vorm hebben van belastinguitstel of inningsuitstel. Volgens het HvJ EU geldt dat bij inningsuitstel géén rekening hoeft te worden gehouden met na de exit ontstane waardedalingen, bij belastinguitstel moet dat wel.
Nederland
Nederland kent bij emigratie diverse algemene en bijzondere eindafrekeningsbepalingen. In veel gevallen is géén onmiddellijke betaling vereist. Wel gelden daarbij voorwaarden. Bij invordering gelden verschillende regels voor de aanmerkelijkbelangsfeer, de winst- en resultaatsfeer in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelastingsfeer.
Dividendbelasting
Op 10 juli 2020 is het initiatief-wetsvoorstel tot een conditionele eindafrekening in de dividendbelasting ingediend bij de Tweede Kamer. Op het voorstel wordt in de literatuur en door de Raad van State forse kritiek geuit: het zou in strijd zijn met belastingverdragen en het EU-recht. Het kabinet heeft het voorstel ontraden. Het kan daarom worden betwijfeld of het voorstel zal worden aangenomen.
HNWI
In april 2024 is een motie ingediend en aangenomen op basis waarvan Nederland zal onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een nationale eindafrekening en een EU-exitbelasting voor High-Net-Worth Individuals (HNWI).
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Artikel 2.8, lid 2 e.v. Wet inkomstenbelasting 2001
Mr. Ciska Wisman
Fiscalist. Verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Redacteur en auteur van nationale en internationale publicaties.
Meer over Ciska Wisman
Bij emigratie eindigt vaak het (onbeperkte) Nederlandse heffingsrecht van de directe belastingen. Om de binnen de Nederlandse jurisdictie ontstane maar nog niet gerealiseerde voordelen toch te kunnen belasten, gelden eindafrekeningsbepalingen. Bij die ‘exitheffingen’ speelt het Unierecht een belangrijke rol.
Antwoorden op vragen
Dit thema bespreekt het leerstuk van ‘emigratie en eindafrekening’ in de inkomstenbelasting- en vennootschapsbelastingsfeer. Het thema gaat ook in op de invordering van de conserverende aanslag na een ‘exit’ en de impact van het Unierecht op de Nederlandse wetgeving. Eindafrekening in de bronbelastingensfeer komt beknopt aan de orde.
In dit thema krijgt u onder meer antwoord op de volgende vragen:
Wat is een ‘exitheffing’ of ‘eindafrekening’?
Wanneer leidt emigratie tot belastingheffing?
Wat is het verschil tussen ‘belastinguitstel’ en ‘inningsuitstel’?
Hoe worden de woonplaats van een natuurlijk persoon en de vestigingsplaats van een lichaam bepaald?
Wat is een conserverende aanslag?
Bestaat verschil tussen een emigratie binnen de EU/EER en daarbuiten?
Welke voorwaarden voor invordering gelden in de aanmerkelijkbelangsfeer?
Welke voorwaarden voor invordering gelden in de winst- en resultaatssfeer?
Welke voorwaarden voor invordering gelden in de vennootschapsbelastingsfeer?
In hoeverre moet Nederland rekening houden met latere waardestijgingen en waardedalingen?
Welke impact heeft het Unierecht op de Nederlandse wetgeving?
Wat zijn de kenmerken van de voorgestelde Spoedwet conditionele eindafrekening dividendbelasting?
Emigratie
De verplaatsing van de woonplaats of vestigingsplaats naar het buitenland wordt aangemerkt als een exit. Vaak leidt dit tot een exitheffing van een directe belasting.
Exit
Een ‘exit’ ziet op het onttrekken van een ongerealiseerde waardemutatie aan de fiscale heffingsjurisdictie. Een voorbeeld is de bij emigratie in Nederland opgebouwde maar nog niet gerealiseerde winst op vermogensbestanddelen.
Exitheffing
Een ‘exit’ leidt vaak tot een ‘exitheffing’. Met een ‘exitheffing’ beoogt het land van vertrek de binnen haar fiscale jurisdictie ontstane maar nog niet gerealiseerde meerwaarde alsnog in de belastingheffing te betrekken.
Unierecht
Het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft aangegeven aan welke voorwaarden een exitheffing moet voldoen. Binnen de EU worden grensoverschrijdende bewegingen onder meer beschermd door de fundamentele vrijheden van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).
ATAD1
Door de eerste antibelastingontwijkingsrichtlijn (ATAD1) geldt per 1 januari 2019 voor alle EU lidstaten eenzelfde exitheffing binnen de vennootschapsbelastingsfeer. Er bestaan twijfels over de Unierechtelijke houdbaarheid van deze exitheffing.
Belastinguitstel of inningsuitstel
Een exitheffing kan de vorm hebben van belastinguitstel of inningsuitstel. Volgens het HvJ EU geldt dat bij inningsuitstel géén rekening hoeft te worden gehouden met na de exit ontstane waardedalingen, bij belastinguitstel moet dat wel.
Nederland
Nederland kent bij emigratie diverse algemene en bijzondere eindafrekeningsbepalingen. In veel gevallen is géén onmiddellijke betaling vereist. Wel gelden daarbij voorwaarden. Bij invordering gelden verschillende regels voor de aanmerkelijkbelangsfeer, de winst- en resultaatsfeer in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelastingsfeer.
Dividendbelasting
Op 10 juli 2020 is het initiatief-wetsvoorstel tot een conditionele eindafrekening in de dividendbelasting ingediend bij de Tweede Kamer. Op het voorstel wordt in de literatuur en door de Raad van State forse kritiek geuit: het zou in strijd zijn met belastingverdragen en het EU-recht. Het kabinet heeft het voorstel ontraden. Het kan daarom worden betwijfeld of het voorstel zal worden aangenomen.
HNWI
In april 2024 is een motie ingediend en aangenomen op basis waarvan Nederland zal onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een nationale eindafrekening en een EU-exitbelasting voor High-Net-Worth Individuals (HNWI).
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Artikel 2.8, lid 2 e.v. Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.60 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.61 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 4.16, lid 1, onderdeel h Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 4.18 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 7.5, lid 7 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 15c Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Artikel 4 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 25, lid 8 Invorderingswet 1990
Artikel 25a Invorderingswet 1990
Artikel 26, lid 5, onderdeel a Invorderingswet 1990
Artikel 2, lid 1, onderdeel a, Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
Standaardarrest
HvJ EU 11 maart 2004, zaak C-9/02, ECLI:EU:C:2004:138 (De Lasteyrie du Saillant), BNB 2004/258, V-N 2004/15.9, Belastingadvies 2004/7.6, PW 2004, 21761
HvJ EU 7 september 2006, zaak C-470/04, ECLI:EU:C:2006:525 (N.), BNB 2007/22, V-N 2006/46.4, RvdW 2006, 1011, NJ 2007, 282
HvJ EU 29 november 2011, zaak C-371/10, ECLI:EU:C:2011:785 (National Grid Indus), BNB 2012/40, V-N 2011/67.8, FED 2012/62, JONDR 2012/273, Ondernemingsrecht 2012/41, NJ 2012/72, RvdW 2012/149
Belangrijkste uitspraken
HvJ EU 23 januari 2014, zaak C-164/12, ECLI:EU:C:2014:20 (DMC), BNB 2014/193, V-N 2014/7.23.2, H&I 2014/179
HvJ EU 21 mei 2015, zaak C-657/13, ECLI:EU:C:2015:331 (Verder LabTec), V-N 2015/28.28, H&I 2015/407
HvJ EU 21 december 2016, zaak C-503/14, ECLI:EU:C:2016:979 (Commissie/Portugal), V-N 2017/4.9, TaxVisions, editie 27 januari 2017
HvJ EU 15 november 2017, zaken C-327/16 en C-421/16, ECLI:EU:C:2017:865 (Jacob en Lassus), V-N 2018/4.4, H&I 2018/349, TaxVisions, editie 19 januari 2018
HvJ EU, 22 maart 2018, zaken C-327/16 en C-421/16, ECLI:EU:C:2018:210 (Jacob en Lassus), V-N 2018/18.15, H&I 2018/349
HvJ EU 26 februari 2019, zaak C-581/17, ECLI:EU:C:2019:138 (Wächtler), V-N 2019/13.5, H&I 2019/142, TaxVisions, editie 8 maart 2019
HvJ EU 16 februari 2023, zaak C-707/20, ECLI:EU:C:2022:654 (Gallaher), H&I 2024/28, Conclusie A-G HvJ EU 8 september 2022, V-N Vandaag 2022/2158, H&I 2022/277, Beroepschrift van 30 december 2020, H&I 2021/259
Literatuur
M.F. de Wilde & C. Wisman, ‘Alzo Wij het op u hebben gemunt…’, NL-F Opinie 2021/28
R.P.C. Cornelisse, 'Is het innen van de conserverende aanslag bij emigratie in strijd met de goede verdragstrouw?', WFR 2019/65
C. Wisman, ‘Deferred recovery’ en ‘deferred taxation’: rekening houden met latere waardeverminderingen?', TaxLive, 24 januari 2018
H.M. Kappelle, 'Reparatiewetgeving conserverende aanslag pensioen minder effectief dan wetgever beoogde', WFR 2017/96
M.F. de Wilde, 'De exitheffing in de Anti-ontgaansrichtlijn en zijn invloed op het Nederlandse belastingsysteem', FED 2016/109
Parliamentary question on EU-wide minimum taxation of high net worth individuals, E-001207/2025, European Parliament
Naslag
Cursus Belastingrecht, Wegwijzer Emigratie
Cursus Belastingrecht, EBR.8.5.7 Exitheffing
Overige ruling 20200310 RULOV 000004
Cursus Belastingrecht, FBR.10.4.5 Uitstel van betaling
Cursus Belastingrecht, IB.2.3.5 Conserverende aanslag
Cursus Belastingrecht, IB.2.3.5.D Houdbaarheid onder internationaal en Europees recht
Cursus Belastingrecht, IB.4.8.3 Conserverende aanslag in grensoverschrijdende situaties (art. 25 lid 8 Invorderingswet 1990)
Verwante onderwerpen
Thema: De implementatie van antibelastingontwijkingsrichtlijn (ATAD 1)