Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 806/2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010
Artikel 18 bis Buitengewone openbare financiële steun
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 11-05-2028.
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Buitengewone openbare financiële steun buiten afwikkelingsmaatregelen om kan bij wijze van uitzondering aan een entiteit als bedoeld in artikel 2 worden verleend, mits de buitengewone openbare financiële steun voldoet aan de voorwaarden en vereisten die in de staatssteunregels van de Unie zijn vastgelegd, en wel alleen in de volgende gevallen:
- a)
indien de buitengewone openbare financiële steun, teneinde een ernstige verstoring van uitzonderlijke of systemische aard in de economie van een lidstaat te verhelpen en de financiële stabiliteit in stand te houden, een of meer van de volgende vormen aanneemt:
- i)
een staatsgarantie ter dekking van liquiditeitsfaciliteiten die door centrale banken tegen de voor centrale banken geldende voorwaarden worden verschaft;
- ii)
een staatsgarantie met betrekking tot nieuwe verplichtingen;
- iii)
een verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten dan tier 1-kernkapitaalinstrumenten of van andere kapitaalinstrumenten, of een gebruik van maatregelen voor problematische activa, tegen prijzen, looptijd en overige voorwaarden die de betrokken entiteit geen onrechtmatig voordeel opleveren, indien zich geen van de in artikel 18, lid 4, punten a), b) en c), en artikel 21, lid 1, bedoelde omstandigheden voordoet op het tijdstip waarop de openbare steun wordt verleend;
- b)
indien de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een interventie door een depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2014/49/EU;
- c)
indien de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van een interventie door een depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU;
- d)
indien de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van staatssteun die wordt verleend aan een entiteit als bedoeld in artikel 32 ter van Richtlijn 2014/59/EU, met uitzondering van de steun die wordt verleend door een depositogarantiestelsel op grond van artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2014/49/EU.
2.
De in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen:
- a)
blijven beperkt tot solvabele entiteiten, zoals bevestigd door de ECB of door de betrokken nationale bevoegde autoriteit;
- b)
hebben een preventief en tijdelijk karakter en zijn gebaseerd op een vooraf bepaalde, door de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit goedgekeurde strategie om uit de steunmaatregelen te stappen, met duidelijke vermelding van de einddatum, de verkoopdatum of het terugbetalingsschema voor elk van die maatregelen;
- c)
zijn evenredig zijn om de gevolgen van de ernstige verstoring van uitzonderlijke of systemische aard in de economie van een lidstaat te verhelpen en de financiële stabiliteit in stand te houden, en
- d)
worden niet gebruikt ter compensatie van verliezen die de entiteit heeft geleden of in ten minste de volgende twaalf maanden waarschijnlijk zal lijden.
De in de eerste alinea, punt b), van dit lid bedoelde vooraf bepaalde strategie wordt pas openbaar gemaakt nadat de entiteit uit de betrokken steunmaatregelen is gestapt of nadat de in de lid 6, tweede alinea, van dit artikel bedoelde beoordeling is afgerond, met inachtneming van verplichtingen tot openbaarmaking waarvoor geen uitstel mogelijk is, als bedoeld in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 596/2014.
3.
Voor de toepassing van lid 2, eerste alinea, punt a), van dit artikel wordt, indien de buitengewone openbare financiële steun de vorm aanneemt van de in lid 1, punt a), ii) en iii), van dit artikel bedoelde steunmaatregelen, een entiteit geacht solvabel te zijn indien de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit heeft geconcludeerd dat er zich geen schending heeft voorgedaan of, op basis van de huidige verwachtingen, de komende twaalf maanden waarschijnlijk zal voordoen van een of meer van de vereisten bedoeld in artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU, artikel 11, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, artikel 40 van Richtlijn (EU) 2019/2034 of van de toepasselijke vereisten krachtens Unierecht of nationaal recht.
Bij het beoordelen of er zich een schending van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde vereisten heeft voorgedaan, laat de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit eventuele schendingen buiten beschouwing die op het moment van de beoordeling daadwerkelijk zijn verholpen. Indien de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit concludeert dat er zich in de komende twaalf maanden waarschijnlijk een schending van de in artikel 104 bis van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 40 van Richtlijn (EU) 2019/2034 bedoelde vereisten zal voordoen, kan zij een entiteit bij wijze van uitzondering als solvabel beschouwen indien zij vaststelt dat de inbreuk van korte duur zal zijn en dat door de entiteit doeltreffende herstelmaatregelen voor het verhelpen van de schending zijn gepland die door de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit op het moment van de beoordeling als geloofwaardig zijn beoordeeld.
4.
Voor de toepassing van lid 2, eerste alinea, punt d), kwantificeert de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit de verliezen die de entiteit heeft geleden of waarschijnlijk zal lijden. Die kwantificering is gebaseerd op door de ECB, de EBA of de nationale autoriteiten verrichte beoordelingen van de kwaliteit van de activa of, in voorkomend geval, op door de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit verrichte inspecties ter plaatse. Indien die beoordelingen of inspecties niet binnen redelijke tijd kunnen worden uitgevoerd, kan de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit de kwantificering baseren op de balans van de entiteit, mits de balans voldoet aan de toepasselijke boekhoudregels en -normen, zoals bevestigd door een onafhankelijke externe accountant. De kwantificering geschiedt zo dicht mogelijk bij de datum van toekenning van de steunmaatregelen en aan de hand van de meest recente informatie waarover de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit beschikt.
5.
De in lid 1, punt a), iii), bedoelde steunmaatregelen blijven beperkt tot maatregelen die door de ECB of de nationale bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om de solvabiliteit van de entiteit in stand te houden door het aanpakken van het kapitaaltekort dat is vastgesteld in het ongunstige scenario van nationale, Unie- of GTM-brede stresstests of gelijkwaardige exercities die door de ECB, de EBA of nationale autoriteiten, naargelang het geval, zijn uitgevoerd en door de ECB of de betrokken bevoegde autoriteit zijn bevestigd.
In afwijking van lid 1, punt a), iii), van dit artikel is de verwerving van tier 1-kernkapitaalinstrumenten bij wijze van uitzondering toegestaan indien het vastgestelde tekort van dien aard is dat de verwerving van andere eigenvermogensinstrumenten of andere kapitaalinstrumenten de betrokken entiteit niet in staat zou stellen haar in het ongunstige scenario van de desbetreffende stresstest of gelijkwaardige exercitie vastgestelde kapitaaltekort aan te pakken. Het bedrag van de verworven tier 1-kernkapitaalinstrumenten mag niet hoger zijn dan 2 % van het totaal van de risicoposten van de betrokken entiteit, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
In uitzonderlijke omstandigheden kan de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit toestaan dat de limiet van 2 % wordt overschreden indien zij heeft aangetoond dat dit noodzakelijk en passend is voor de uitvoering van de steunmaatregelen, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval. De limiet mag slechts worden overschreden met een bedrag dat geen risico's met zich meebrengt voor de tijdige en geloofwaardige uitvoering van de vooraf bepaalde strategie om uit de steunmaatregelen te stappen. De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit verstrekt de Commissie, met het oog op een beoordeling van mogelijke staatssteun, de analyse die ten grondslag ligt aan de toestemming voor het overschrijden van de limiet van 2 %.
6.
Indien een of meer van de in lid 1, punt a), bedoelde steunmaatregelen niet worden afgelost, terugbetaald of anderszins beëindigd volgens de voorwaarden van de bij de toekenning van een dergelijke maatregel bepaalde strategie om uit de steunmaatregel te stappen, verzoekt de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit de entiteit een eenmalig plan van corrigerende maatregelen in te dienen. In het plan van corrigerende maatregelen worden de stappen beschreven die moeten worden ondernomen om binnen twee jaar uit de steunmaatregel te stappen en de levensvatbaarheid van de entiteit op lange termijn te waarborgen. Het plan van corrigerende maatregelen houdt geen beperking in van de bevoegdheid van de betrokken autoriteiten om te allen tijde te beoordelen of te bepalen of de entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen.
Indien de ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit er niet van overtuigd is dat het plan van corrigerende maatregelen geloofwaardig of haalbaar is, of indien de entiteit het plan van corrigerende maatregelen niet naleeft, beoordelen de betrokken autoriteiten of de entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen.
7.
De ECB of de betrokken nationale bevoegde autoriteit stelt de afwikkelingsraad in kennis van de resultaten van haar beoordeling of wordt voldaan aan de voorwaarden van lid 2, eerste alinea, punten a), b) en d), van dit artikel met betrekking tot de in artikel 7, lid 2, bedoelde entiteiten en groepen en tot de in artikel 7, lid 4, punt b), en lid 5, bedoelde entiteiten en groepen, indien aan de voorwaarden voor de toepasselijkheid van die bepalingen wordt voldaan.