Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/59/EU betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen
Artikel 102 Streefbedrag
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/806 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/806)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/806 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/806)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten dragen er zorg voor dat uiterlijk op 31 december 2024 de beschikbare financiële middelen van hun financieringsregelingen ten minste gelijk zijn aan 1 % van het bedrag aan de gedekte deposito's van alle instellingen waaraan op hun grondgebied vergunning is verleend. De lidstaten kunnen hogere streefbedragen vaststellen.
2.
Tijdens de in lid 1 bedoelde initiële termijn worden de overeenkomstig artikel 103 geïnde bijdragen aan de financieringsregelingen zo gelijk mogelijk in de tijd gespreid totdat het streefbedrag is bereikt, waarbij terdege rekening moet worden gehouden met de conjunctuurcyclus en de mogelijke effecten van procyclische bijdragen op de financiële positie van de instellingen die de bijdragen betalen.
De lidstaten kunnen de initiële termijn met maximaal vier jaar verlengen indien de financieringsregelingen gecumuleerde uitbetalingen hebben verricht van meer dan 0,5 % van de krachtens Richtlijn 2014/19/EG gedekte deposito's van alle instellingen waaraan op hun grondgebied krachtens Richtlijn 2014/49/EU vergunning is verleend.
3.
Indien de beschikbare financiële middelen niet volstaan om het in lid 1 van dit artikel vermelde streefbedrag te bereiken, worden opnieuw overeenkomstig artikel 103 vooraf te betalen bijdragen geïnd totdat het streefbedrag is bereikt. De afwikkelingsautoriteiten kunnen de inning van de overeenkomstig artikel 103 geïnde vooraf te betalen bijdragen tot drie jaar uitstellen om ervoor te zorgen dat het te innen bedrag een bedrag bereikt dat in verhouding staat tot de kosten van het inningsproces, mits dit uitstel geen wezenlijke gevolgen heeft voor het vermogen van de afwikkelingsautoriteit om de afwikkelingsfinancieringsregelingen op grond van artikel 101 te gebruiken. De bijdragen worden vastgesteld op een niveau waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat het streefbedrag binnen een redelijke termijn van ten hoogste zes jaar kan worden bereikt indien de beschikbare financiële middelen minder dan twee derde van het streefbedrag bedragen.
Bij de vaststelling van de normale bijdrage wordt terdege rekening houden met de conjunctuurcyclus en met de mogelijke effecten van procyclische bijdragen zoals vastgesteld in het kader van dit lid.
4.
De EBA dient uiterlijk 31 oktober 2016 bij de Commissie een verslag in met daarin aanbevelingen over het passende referentiepunt voor het vaststellen van het streefbedrag voor de financieringsregeling voor de afwikkeling, en in het bijzonder over de vraag of totale passiva een betere grondslag biedt dan gedekte deposito's.
5.
Op basis van de bevindingen in het in lid 4 bedoelde verslag dient de Commissie, indien passend, uiterlijk op 31 december 2016 bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in over de grondslag voor het streefbedrag voor financieringsregelingen voor de afwikkeling