FED 1998/313
HR, 29-04-1998, nr. 32 534
HR 29-04-1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC7050
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 april 1998
- Zaaknummer
32 534
- LJN
ZC7050
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Belastingen van lagere overheden (V)
Milieubelastingen (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC7050, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑04‑1998
- Wetingang
Uitspraak
Aan belanghebbende, X, is op 27 oktober 1993 een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van Amsterdam opgelegd.
In geschil is de hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag, die de gemeente overeenkomstig art. 11 Verordening parkeerbelastingen 1991 op f 58,50 stelt. X betoogt dat de raming die aan de verordening en de aanslag ten grondslag ligt, ondeugdelijk is.
Hof Amsterdam stelt X in het ongelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad: Het hof heeft in cassatie niet bestreden overwogen dat de raming geen andere kostencategorieën noemt dan die welke ex art. 2, eerste lid, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.