FED 1993/361
De met tussenschakeling van een management-BV beoogde fiscale gevolgen worden i.c. niet aanvaard, aangezien uit de feitelijke verhoudingen blijkt dat sprake is van voortzetting van de dienstbetrekking van de manager.
HR 18-12-1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC4834, m.nt. R.L.H. IJzerman
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 december 1991
- Magistraten
Stoffer; Wildeboer; Urlings; Zuurmond; Herrmann
- Zaaknummer
27171
- Noot
R.L.H. IJzerman
- JCDI
JCDI:ADS210193:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1991:ZC4834, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑12‑1991
- Wetingang
Essentie
De met tussenschakeling van een management-BV beoogde fiscale gevolgen worden i.c. niet aanvaard, aangezien uit de feitelijke verhoudingen blijkt dat sprake is van voortzetting van de dienstbetrekking van de manager.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1982
Vaststaat:
3.1. Belanghebbende, geboren 11 juni 1947, in de stukken en hierna ook wel aangeduid als CX, was tot en met het jaar 1981 werkzaam in dienstbetrekking bij het in Z gevestigde B-concern, in de stukken en hierna ook wel genoemd: B BV.
3.2. De belangrijkste concern-vennootschap is B BV, werkzaam op het gebied van import en export van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.