De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/6.1:6.1 Inleiding
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS375591:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
249. Art. 2:403 biedt aan concerns de mogelijkheid van een verlicht jaarrekeningregime. Eén van de voorwaarden voor het groepsvrijstellingsregime is dat de groepsmaatschappij die de gegevens van een andere groepsmaatschappij consolideert, schriftelijk verklaart dat zij zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor schulden uit rechtshandelingen van de vrijgestelde rechtspersoon (lid 1 sub f) en die verklaring bij het handelsregister deponeert (lid 1 sub g). Deze zogenaamde 403-verklaring is een ongerichte eenzijdige rechtshandeling. Iedere groepsmaatschappij kan voor een andere groepsmaatschappij een 403-verklaring afleggen. Doorgaans wordt dit echter gedaan door de moedermaatschappij. In het vervolg wordt de vennootschap die de 403-verklaring aflegt, aangeduid als moedermaatschappij of verklarende vennootschap en de vennootschap voor wie de verklaring wordt afgelegd als dochtermaatschappij of vrijgestelde vennootschap. De vordering die de schuldeiser heeft uit hoofde van de 403-verklaring wordt aangeduid als de 403-vordering.
De 403-verklaring is zowel vanuit het jaarrekeningrecht als verbintenisrechtelijk een interessante figuur. In dit hoofdstuk staan een aantal verbintenisrechtelijke aspecten centraal. Na een korte schets van de werking en de regeling van het vrijstellingsregime ga ik in op de kwalificatie van de 403-verklaring (par. 6.3). Ten tweede bespreek ik de maatstaf aan de hand waarvan 403-verklaringen worden uitgelegd (par. 6.4). Ten slotte komt aan de orde de beëindiging van aansprakelijkheid voor een 403-verklaring en de rol van de redelijkheid en billijkheid daarbij (par. 6.5).