De eenzijdige rechtshandeling
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/II:Deel II
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/II
Deel II
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS379212:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
221. Het vorige deel had tot doel een overzicht te bieden van eenzijdige rechtshandelingen in het Nederlandse, Duitse en Engelse privaatrecht. Daarbij viel de breedte van het terrein op. Eenzijdige rechtshandelingen komen voor in het goederen- en verbintenissenrecht, maar ook in het personen- en familierecht, erfrecht en ondernemingsrecht. Mede door het ontbreken van een overkoepelende regeling voor eenzijdige rechtshandelingen, zijn veel vragen nog onbeantwoord. Ik beoog in dit deel een meer diepgravende analyse te geven van vijf voorbeelden van eenzijdige rechtshandelingen. Voor ieder van deze eenzijdige rechtshandelingen spelen vraagstukken die samenhangen met het eenzijdige karakter. Ieder hoofdstuk in deel II heeft dan ook zijn eigen focus en vraagstelling. De hoofdstukken tonen de verscheidenheid van de rechtsfiguren binnen de categorie van eenzijdige rechtshandelingen, waardoor het des te interessanter is om te onderzoeken in hoeverre een gemene deler bestaat die gegrond is in hun eenzijdige karakter.
222. Hoofdstuk 5 gaat over het aanbod. Ik bezie welke zelfstandige betekenis als eenzijdige rechtshandeling deze klassieke figuur uit het contractenrecht heeft. Speciale aandacht besteed ik aan het aanbod als bron van verbintenissen.
Hoofdstuk 6 ziet op de 403-verklaring, een eenzijdige aansprakelijkheidsverklaring met wortels in het ondernemingsrecht. Ik richt me met name op de uitlegmaatstaf en de rol van de redelijkheid en billijkheid bij deze rechtshandeling.
In hoofdstuk 7 staat de uiterste wilsbeschikking centraal. In dit hoofdstuk draait het om de vraag hoe deze erfrechtelijke rechtsfiguur zich verhoudt tot eenzijdige rechtshandelingen uit het algemeen vermogensrecht. Ik besteed in het bijzonder aandacht aan de specifieke regeling inzake wilsgebreken van art. 4:43 BW en aan de verhouding tussen de uitlegnorm van art. 4:46 BW tot de uitlegmaatstaven uit het algemeen vermogensrecht.
De toestemming is het onderwerp van hoofdstuk 8. Het doel van dat hoofdstuk is te bezien welke algemene kenmerken toestemming heeft, gelet op het feit dat het BW een groot aantal toestemmingsvereisten kent, in uiteenlopende context. Dit hoofdstuk bevat beschouwingen over de consequenties van de vloeiende overgang tussen gerichte eenzijdige rechtshandelingen en overeenkomsten.
Ten slotte bevat hoofdstuk 9 een uiteenzetting over afstand van recht. Ik inventariseer van welke rechten eenzijdig afstand kan worden gedaan en in welke gevallen een overeenkomst vereist is. Vervolgens onderzoek ik op welke gronden dit onderscheid gemaakt wordt.
Hoofdstuk 5 Het aanbodHoofdstuk 6 De 403-verklaringHoofdstuk 7 De uiterste wilsbeschikkingHoofdstuk 8 ToestemmingHoofdstuk 9 Afstand van recht