Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.5.2.2
2.5.2.2 Levering
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS379223:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Te onderscheiden van de overeenkomst tot levering, die de titel voor overdracht vormt maar haar niet bewerkstelligt.
Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/223; Snijders & Rank-Berenschot 2012/326; Asser/Van Mierlo & Van Velten 3-VI* 2010/527; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/23.
Afwijzend zijn Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012, nr. 132; J.L. den Dulk, De zakelijke overeenkomst, diss. Groningen, Zwolle: Tjeenk Willink 1979, p. 135; W.G. Huijgen, Rechtszekerheid of rechtsbescherming, oratie Leiden 1997; W.H.M. Reehuis, Levering, Mon. NBW B6b 2004, nr. 2 P.A.M. Lokin, ‘Bekrachtiging van een uitgebleven overdracht’, NTBR 2015/7, par. 4.
In de literatuur wordt echter ook verdedigd dat bezitsoverdracht een rechtshandeling is, zie Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/142; Snijders & Rank Berenschot 2012/144; Nieuwenhuis 1980, p. 39. In de parlementaire geschiedenis (Boek 3 BW, p. 440 (NvW)) wordt gesteld dat bezitsoverdracht door tweezijdige verklaring niet als rechtshandeling aantastbaar is, omdat als de verkrijger de feitelijke macht heeft verkregen, die hem niet kan worden ontnomen door een eenzijdig beroep op nietigheid of vernietigbaarheid.
Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012, nr. 133; Reehuis 2004, nr. 2.
Een andere praktische implicatie van de vraag naar het karakter van de levering als rechtshandeling is de vernietigbaarheid op grond van schuldeisersbenadeling. In de literatuur wordt aangenomen dat levering en vestiging onder het bereik van art. 42 Fw vallen, of zij nu gekwalificeerd kunnen worden als rechtshandeling of niet, vgl. Van der Weijden 2012, p. 33.
Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/224; HR 29 juni 2001, NJ 2002/662 (Meijs q.q./Bank of Tokyo). Genuanceerder over de vereiste tweezijdigheid: Reehuis 2004, nr. 74; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012, nr. 132.
83. De vraag of levering een rechtshandeling is, hangt samen met de vraag naar het bestaan van de goederenrechtelijke overeenkomst. Aanvaardt men de goederenrechtelijke overeenkomst, dan bestaat levering uit twee onderdelen, namelijk de wilsovereenstemming tot overdracht (de overeenkomst van levering1 ) en de vervulling van de leveringsformaliteiten. Als de wilsovereenstemming blijkt uit een verklaring die voldoet aan de vormvereisten voor de levering van het betreffende goed, is sprake van een overeenkomst met goederenrechtelijke werking.2 Met die wilsverklaring beogen partijen rechtsgevolg, namelijk overdracht van het goed.
Er is sprake van een op rechtsgevolg gerichte wil, die zich heeft geopenbaard door een verklaring, waarmee levering de vereisten voor het bestaan van een rechtshandeling ex art. 3:33 BW vervult.3
De theorie van de goederenrechtelijke overeenkomst is niet onomstreden.4 Opgemerkt wordt, dat als levering een rechtshandeling is, het rechtsgevolg niet zou intreden als dat niet is beoogd. Dit strookt echter niet met het feitelijke karakter van levering. Of bijvoorbeeld bezit is verschaft in de zin van art. 3:90 BW, wordt ingevolge art. 3:108 BW beoordeeld op grond van de verkeersopvatting, waarbij uiterlijke feiten het uitgangspunt vormen. De wil van partijen speelt slechts een rol voor zover zij uit die feiten blijkt.5
Voorstanders van de goederenrechtelijke overeenkomst voeren aan dat ongerechtvaardigde vermogensverschuivingen kunnen worden hersteld als de levering zelf vernietigbaar is, bijvoorbeeld vanwege een wilsgebrek of handelingsonbekwaamheid. Tegenstanders weerspreken het belang hiervan, nu vernietiging van de titel tot overdracht door het causale stelsel van overdracht hetzelfde gevolg heeft als vernietiging van de levering.6 Er zijn echter situaties denkbaar waarin de titel niet aantastbaar is, maar vernietigbaarheid van de levering wel uitkomst zou bieden, zoals wanneer een handelingsonbekwame levert ter uitvoering van een voor het intreden van de handelingsonbekwaamheid aangegane verbintenis.7
De betekenis voor dit onderzoek is beperkt. Als levering een rechtshandeling is, dan is zij tweezijdig. Vereist is de wilsovereenstemming van vervreemder en verkrijger.8