De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/9.1:9.1 Inleiding
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS377985:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tjittes 1992, nr. 3; Aaftink 1974, p. 12.
Ik gebruik in dit hoofdstuk, in navolging van de literatuur, de verkorting ‘afstand van recht’ waar ik bedoel dat een gerechtigde afstand doet van zijn recht of bevoegdheid.
Brunner 1992, p. 63.
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II 2013/314. Voor een schets van de algemene karaktertrekken van afstand van recht verwijs ik naar Tjittes 1992, nr. 14-22 en Aaftink 1974, p. 87 e.v.
Van Oven 1958, p. 408. Zie over de gebondenheid aan een aanbod par. 5.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
372. Het mogen uitoefenen van een verworven recht of bevoegdheid behoort evident tot de autonomie van de rechthebbende. Als hij het recht echter niet langer wil, of als hij besluit de bevoegdheid niet te zullen uitoefenen, valt het ook binnen zijn autonomie om het recht of de bevoegdheid prijs te geven. Een daartoe strekkende eenzijdige wilsverklaring van de rechthebbende is niet in alle gevallen toereikend.
Afstand doen van een recht is een rechtshandeling. Het is een wilsverklaring waarmee beoogd wordt een recht of bevoegdheid prijs te geven.1 Niet alle gevallen van ‘afstand van recht’2 worden expliciet zo aangeduid in de wet. Zolang het echter gaat om het willens en wetens prijsgeven van een recht met als doel het te verliezen, is de rechtshandeling te beschouwen als een vormvan afstand. Ook handelingen met een ‘positief’ rechtsgevolg, zoals bevestiging van een vernietigbare rechtshandeling, worden gezien als afstand van een bevoegdheid. Dit maakt dat de rechtsfiguur ‘afstand van recht’ moeilijk is af te bakenen. Daarnaast heeft de verhouding tot bijvoorbeeld opzegging en rechtsverwerking in het verleden tot discussie geleid. In par. 9.2 ga ik hierop in.
In de woorden van Brunner verschijnt afstand als Pallas Athene in verschillende gedaanten en onder verschillende namen.3 Doordat afstand van recht zoveel verschillende figuren omspant, is het moeilijk om een gemene deler te vinden die alle vormen van afstand verbindt.4 Ik richt me daarom in dit hoofdstuk op één aspect, namelijk de vraag in welke gevallen eenzijdig afstand kan worden gedaan en in welke situaties een overeenkomst is vereist. Deze vraag is niet alleen relevant vanuit systematisch oogpunt, maar heeft ook praktische implicaties. Als een overeenkomst is vereist, kan degene die een aanbod tot afstand heeft gedaan, maar voor de aanvaarding van gedachten verandert mogelijk op zijn beslissing terugkomen zonder gebonden te zijn.5 Bij eenzijdige afstand is de handelende persoon gebonden vanaf het moment dat de rechtshandeling geldig is verricht.
373. De breuklijn die als gevolg van het onderscheid tussen eenzijdige en meerzijdige afstand door het begrip ‘afstand van recht’ loopt, is deels te verklaren door de ontwikkeling van het leerstuk (zie par. 9.3.1). In par. 9.3 breng ik in kaart welke keuzes de wetgever gemaakt heeft: van welke rechten kan eenzijdig afstand worden gedaan en van welke niet? Ik doe in par. 9.4 een poging om het onderscheid te verklaren. Deze analyse kan bijdragen aan een beter begrip van het systeem en helpen bij het vormgeven van afstandsfiguren in de toekomst.
Afstand kunnen doen van zijn rechten is onderdeel van iemands autonomie. Als het gebruikmaken van autonomie echter tot gevolg heeft dat inbreuk wordt gemaakt op de autonomie van een ander, dan is diens instemming vereist. In de kern komt het mijns inziens erop neer dat bij overeenkomst afstand moet worden gedaan als afstand door de rechthebbende een directe vermogensverschuiving bij een ander teweegbrengt. Hierin resoneert het uitgangspunt van de wetgever dat je een ander geen geschenken mag opdringen die hij niet wenst te aanvaarden. Als afstand geen directe vermogensverschuiving tot gevolg heeft, kan zij eenzijdig geschieden. Ook afstand van een wilsrecht, een bevoegdheid om eenzijdig een rechtsverhouding te wijzigen of nader vorm te geven, kan eenzijdig. Ten slotte komt afstand van een aantal procesrechtelijke rechten en bevoegdheden aan de orde. Of een eenzijdige wilsverklaring volstaat, hangt ervan af of het doen van afstand ook de positie van de wederpartij beïnvloedt.