NJB 2013/2027
Niet-onvankelijkheid hoger beroep verdachte: onjuist is de rechtsopvatting dat een door verdachte later dan veertien dagen na de instelling van het hoger beroep ingediende appelschriftuur gelet op Sv. art. 410 lid 1 niet als een appelschriftuur kan worden aangemerkt en dat dit een niet-ontvankelijkverklaring in de zin van Sv. art. 416 lid 2 kan dragen
HR 03-09-2013, ECLI:NL:HR:2013:585
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
3 september 2013
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan, Y. Buruma
- Zaaknummer
12/02091
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:585, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 03‑09‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:667, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑05‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑09‑2012
- Wetingang
Essentie
Niet-onvankelijkheid hoger beroep verdachte: onjuist is de rechtsopvatting dat een door verdachte later dan veertien dagen na de instelling van het hoger beroep ingediende appelschriftuur gelet op Sv. art. 410 lid 1 niet als een appelschriftuur kan worden aangemerkt en dat dit een niet-ontvankelijkverklaring in de zin van Sv. art. 416 lid 2 kan dragen
Uitspraak
Inleiding:
De verdachte is door het hof niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het hof overweegt daarover onder meer: “Op 26 juli 2011 is door de verdachte tijdig appel ingesteld. De verdachte heeft echter pas op 8 maart 2012 een brief ingediend, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.