Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/6.4.3.2:6.4.3.2 Ambtshalve toepassing door rechtstreeks aan een rechtersregeling gebonden rechters
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/6.4.3.2
6.4.3.2 Ambtshalve toepassing door rechtstreeks aan een rechtersregeling gebonden rechters
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS575935:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze rechtersregeling is vastgesteld door de sector civiel, afdeling rekesten van het Hof Leeuwarden en is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl (onder Gerechtshof Leeuwarden/ Actueel). Zie hierover ook § 2.9, sub a.
Vgl. Van der Vlies 1990, p. 1150-1151, alsmede de noot van Scheltema (sub 5) onder HR 28 maart 1990, NJ 1991, 118.
Zie § 5.2.3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste vraag die kan worden gesteld, is of de rechtstreeks aan een rechtersregeling gebonden rechters verplicht zijn deze - binnen de grenzen van de rechtsstrijd - ambtshalve toe te passen. Wanneer bijvoorbeeld in een alimentatiegeschil bij het Hof Leeuwarden de draagkracht van de betrokkene aan de orde wordt gesteld, is de rechter dan verplicht ambtshalve de door dit hof vastgestelde 'alimentatievrije voet'1 in de beoordeling te betrekken?
Tegen een verplichting tot ambtshalve toepassing zou kunnen pleiten dat deze ten aanzien van beleidsregels - een rechtsfiguur waarmee rechtersregelingen aanzienlijke overeenkomsten vertonen - door de Hoge Raad in het Leidraad-arrest expliciet is afgewezen. Het is echter waarschijnlijk dat de Hoge Raad aldus heeft beslist vanwege het feit dat het bestuur grote aantallen beleidsregels produceert, die bovendien niet altijd even toegankelijk zijn.2Ik herinner hier eraan, dat behoorlijke bekendmaking óók bij beleidsregels een voorwaarde vormt voor de kwalificatie als 'recht', maar in § 5.3.2 kwam al aan de orde dat aan die bekendmaking in elk geval door de Hoge Raad geen al te hoge eisen gesteld worden. Van de rechter kan dus inderdaad moeilijk worden verlangd dat hij zelf nagaat of in een bepaald geval wellicht een beleidsregel toepasselijk is en zo ja, hoe deze precies luidt.
Ten aanzien van rechtersregelingen ligt dit echter anders: van de rechter kan mijns inziens wél verwacht worden dat hij zijn eigen beleid (zoals neergelegd in een rechtersregeling) kent. De merkwaardige situatie zou anders ontstaan dat partijen de rechter bijvoorbeeld moeten voorhouden dat er binnen zijn gerecht een 'alimentatievrije voet' geldt, die hij bij de berekening van de draagkracht dient toe te passen, terwijl de rechter die regeling in beginsel zelf (mede) zal hebben vastgesteld.3 Aangenomen moet dan ook worden dat in elk geval voor de rechtstreeks bij een rechtersregeling betrokken rechters een verplichting tot ambtshalve toepassing daarvan bestaat.