NJB 2016/775
Verbergen en verhullen van de herkomst van crimineel vermogen, art. 420bis Sr: tekortschietende bewezenverklaring nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet méér kan worden afgeleid dan dat op een ongebruikelijke plaats in een bij de verdachte in gebruik zijnde woning een grote hoeveelheid geld verpakt in een sealbag, die zich bevond in een tas, is aangetroffen
HR 05-04-2016, ECLI:NL:HR:2016:553
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 april 2016
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, H.A.G. Splinter-van Kan, V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
14/04151
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:553, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑04‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑12‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:2608, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑12‑2015
- Wetingang
(art. 420bis Sr)
Essentie
Verbergen en verhullen van de herkomst van crimineel vermogen, art. 420bis Sr: tekortschietende bewezenverklaring nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet méér kan worden afgeleid dan dat op een ongebruikelijke plaats in een bij de verdachte in gebruik zijnde woning een grote hoeveelheid geld verpakt in een sealbag, die zich bevond in een tas, is aangetroffen
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – (feit 1) medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in art. 3 onder B Opw gegeven verbod; en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in art. 3 onder C Opw ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.