NJB 2024/1560
Ter voorbereiding of bevordering van drugsdelicten ‘voorwerpen’ voorhanden hebben, art. 10a lid 1, aanhef en sub c, Opiumwet: onder ‘voorwerpen’ in de zin van deze bepaling kunnen ook onroerende zaken worden verstaan. In casu kon het hof oordelen dat het door de verdachte en zijn mededader gehuurde bedrijfspand/ opslagruimte bestemd was tot het plegen van feiten als bedoeld in art. 10 lid 4 Opiumwet.
HR 25-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:851
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/01309
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:851, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:407, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Ter voorbereiding of bevordering van drugsdelicten ‘voorwerpen’ voorhanden hebben, art. 10a lid 1, aanhef en sub c, Opiumwet: onder ‘voorwerpen’ in de zin van deze bepaling kunnen ook onroerende zaken worden verstaan. In casu kon het hof oordelen dat het door de verdachte en zijn mededader gehuurde bedrijfspand/ opslagruimte bestemd was tot het plegen van feiten als bedoeld in art. 10 lid 4 Opiumwet.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – ‘tezamen en in vereniging met een ander, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.