Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/8.4.1.1
8.4.1.1 Inbreuk op een vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591876:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie nader Biemans 2009e, par. 2; vgl. ook Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV* 2011, nr. 46; en zie reeds Kortmann 1977, p. 47-49. Zie over rechtsinbreuk o.a. Sieburgh 1997; Sieburgh 2000.
De rechthebbende kan in dat kader eventueel ook eisen dat schuldbekentenissen, bewijsstukken, executoriale titels en vuistpanden (weer) in zijn macht worden gebracht; dat de derde medewerking verleent zodat uit de openbare registers blijkt dat hij geen rechthebbende is van de vordering en het daarbij behorende hypotheekrecht; en dat aan de schuldenaar mededeling wordt gedaan van de onrechtmatige toestand en aan de schuldenaar bekend wordt gemaakt wie wei tot inning bevoegd is. Zie nader Biemans 2009e, par. 3. Zie bij erfopvolging ook de bevoegdheid van de erfgenamen tot revindicatie ex art. 4:183 BW ('hereditatis petitio'). Tussen een rechtsvordering tot afgifte van een goed op grond van art. 6:162 BW (inbreuk op een recht) en een rechtsvordering tot afgifte van een goed op grond van art. 5:2 BW (revindicatie; per analogiam) bestaat geen principieel verschil. Vgl. Biemans 2009e, par. 4; Biemans 2009c, par. 6.5.
Een dergelijk recht van de stil pandhouder is erkend in HR 30 oktober 2009, NJ 2010, 96 (Hamm q.q./ABN Amro), m.nt. F.M.J. Verstijlen. Zie hierna nr. 677.
487. Net als bij eigendomsrechten en andere vermogensrechten is een inbreuk op een vordering (art. 6:162 BW) mogelijk.1 Een vordering is een exclusief recht: de rechthebbende van de vordering is met uitsluiting van anderen bevoegd tot uitoefening van zijn recht. Indien een derde de uitoefening van dit recht verstoort, is sprake van een inbreuk op een recht in de zin van art. 6:162 lid 2 BW. Van een inbreuk is bijvoorbeeld sprake als een derde zich als de schuldeiser voordoet en onbevoegd de vordering int of overdraagt. Van een inbreuk op de vordering is ook sprake als een derde de rechthebbende op andere wijze hindert in de uitoefening van diens bevoegdheden, bijvoorbeeld door het achterhouden van bij de vordering behorende 'toebehoren' (vgl. art. 7:9 lid 1 BW), schuldbekentenissen (vgl. art. 6:48 lid 2 BW), bewijsstukken, executoriale titels en vuistpanden (vgl. art. 6:143 lid 1 t/m 3 BW), waardoor de schuldeiser zijn rechten (de vordering en de daaraan verbonden nevenrechten) niet kan uitoefenen. De rechthebbende kan naast schadevergoeding vorderen dat de derde zijn rechtsplicht nakomt om geen inbreuk te maken (art. 6:162 jo 3:296 BW). Dit gebeurt door een verbodsactie, waarbij van de derde bijvoorbeeld wordt geëist dat hij de onrechtmatige inning beëindigt of de schuldeiser weer in staat stelt zijn rechten uit te oefenen. Als de schuldeiser eist dat de vordering weer in zijn macht wordt gebracht, kan worden gesproken van de 'revindicatie' van de vordering (vgl. art. 5:2 BW).2 Ook de actie tot het vorderen van de benodigde informatie om mededeling te kunnen doen ('het recht op informatie'), valt hieronder.3