Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.2.1.2:12.2.1.2 Het voorbehouden pandrecht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.2.1.2
12.2.1.2 Het voorbehouden pandrecht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90887:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:81 lid 2 aanhef en sub c BW. Steneker 2012/32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De koper kan slechts beschikken over de zaak waarop een pandrecht rust dat de leverancier zich heeft voorbehouden bij de overdracht. De afnemer van de koper verkrijgt een met pand bezwaarde zaak. Dit vormt een risico voor de afnemer. De leverancier kan het pandrecht op deze zaak uitwinnen, indien de koper in gebreke is met voldoening van zijn schuld aan de leverancier. De afnemer verliest zijn zaak, terwijl hij zelf niet in verzuim is jegens de koper.
Dit risico loopt de afnemer niet als de leverancier toestaat dat de zaak wordt doorverkocht en zijn pandrecht vervalt.1 De leverancier kan zich een pandrecht hebben voorbehouden onder de ontbindende voorwaarde van vervreemding van de zaak door de koper (in het kader van zijn normale bedrijfsuitoefening). Ook kan de leverancier instemmen met de vervreemding en afstand doen van zijn pandrecht. Hiervoor vereist art. 3:258 lid 2 BW slechts een overeenkomst en een schriftelijke of elektronische toestemming van de pandhouder.
Is het pandrecht niet onder een ontbindende voorwaarde gevestigd of doet de leverancier geen afstand van zijn pandrecht, dan verkrijgt de afnemer ook de onbezwaarde eigendom van de zaak als hij een geslaagd beroep doet op derdenbescherming (art. 3:86 lid 2 BW). De afnemer wordt beschermd als hij de zaak heeft verkregen op grond van een geldige titel en een levering en te goeder trouw is. Ook mag geen sprake zijn van een cp-levering, omdat deze gerelativeerd wordt ten opzichte van een ouder gerechtigde, art. 3:90 lid 2 BW. De vereisten zijn kortom vergelijkbaar met de vereisten voor derdenbescherming in art. 3:86 lid 1 BW die in de vorige paragraaf zijn uiteengezet.