Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.2.3
12.2.3 Botsing van de verlengde zekerheid met andere zekerheidsrechten
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90988:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Struycken 2010, p. 305-327; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/818-819; Steneker 2012/49; Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/224-228; Snijders & Rank-Berenschot 2017/546.
Steneker 2014, p. 399-400; Schuijling 2016, nr. 250-251; Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/168. Anders: Verstijlen, WPNR 2013/6983, p. 563-564. Zie ook Verheul, NTBR 2014/16, §6.
Vgl. Vriesendorp 1985, p. 98-99 die voorstelt om de beschikkingsbevoegdheid te verlenen onder de voorwaarde dat de vordering aan de leverancier (tot zekerheid) wordt gecedeerd of hij een eerste pandrecht op de vordering verkrijgt. Zie ook HR 14 januari 2011, JOR 2012/34, m.nt. Schuijling (Mesdag II); Groefsema 1993, p. 59 e.v.; Meijer 1999, p. 194 e.v.; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/142, 300 en 968; Reehuis 2013, nr. 70; Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/234; Bartels 2004, p. 57-65, 117-120; Peter 2007, p. 103 e.v.); Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2018/251; Asser/Kortmann 3-III 2017/136-136a.
Mogelijk wordt de afnemer bij een onbevoegde overdracht van de zaken toch eigenaar door een geslaagd beroep op derdenbescherming.
De koper heeft doorgaans eerder alle huidige en toekomstige vorderingen (bij voorbaat) verpand aan zijn bank, voor zover zij voortvloeien uit een reeds bestaande rechtsverhouding. Daarnaast registreren de meeste banken periodiek pandaktes, bijvoorbeeld via een verzamelpandakte, en verkrijgen zodoende ook pandrechten op vorderingen die later ontstaan of gaan voortvloeien uit dan bestaande rechtsverhoudingen.1 Deze praktijk leidt ertoe dat de leverancier doorgaans een in rang tweede pandrecht verkrijgt op de vordering uit doorverkoop op grond van de prioriteitsregel in art. 3:97 lid 2 BW. De koper vestigt namelijk later in tijd een pandrecht (bij voorbaat) ten gunste van de leverancier.
Ook in het geval dat de vestigingshandeling (bij voorbaat) ten gunste van de bank en leverancier op dezelfde dag geschieden, is verdedigbaar dat de bank een eerste pandrecht verkrijgt. De rangorde kan namelijk worden bepaald op grond van het tijdstip van de aanbieding ter registratie aan de Belastingdienst of op grond van een analogische toepassing van art. 3:21 lid 2 BW.2
De leverancier kan daarom besluiten om de koper te machtigen tot doorverkoop van de zaken onder de voorwaarde dat hij een eerste pandrecht op de vordering uit doorverkoop verkrijgt.3Is eerder in tijd ten gunste van de bank bij voorbaat een pandrecht gevestigd op deze vordering uit doorverkoop, dan kan de koper de voorwaarde waaronder hij is gemachtigd niet vervullen en wordt hij niet beschikkingsbevoegd. De zaken kunnen dus niet (bevoegd) worden overgedragen aan de afnemer.4 Dit leidt tot een patstelling, tenzij de bank afstand doet van zijn pandrecht op de vordering uit doorverkoop of medewerking verleent aan een rangwisseling, zodat de koper bevoegd is tot vervreemding. De vraag is in hoeverre dit in de praktijk zal geschieden.