RBP 2026/6
Voeging in cassatie. Gelden de vereisten van art. 3:305a BW voor een belangenorganisatie die voeging vordert zijdens de oorspronkelijk gedaagde?
HR 10-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1534
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons
- Zaaknummer
25/00497
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- JCDI
JCDI:BSD44198:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1534, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:695, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2025
- Wetingang
Art. 3:305a BW; art. 217 Rv
Essentie
Voeging in cassatie. Belangenorganisatie. Gelden de vereisten van art. 3:305a BW voor een belangenorganisatie die voeging vordert zijdens de oorspronkelijk gedaagde?
Samenvatting
In de hoofdzaak hebben Milieudefensie c.s. op de voet van art. 3:305a BW vorderingen ingesteld tegen Shell betreffende het (verder) beperken van de CO2-emissies van de Shell-groep. De rechtbank heeft de vorderingen grotendeels toegewezen. M&M heeft in het door Shell ingestelde hoger beroep gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van Shell. M&M komt als belangenorganisatie op voor de belangen en rechten van Nederlandse burgers in verband met energie en streeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.