NJB 2023/987
Strafoplegging en werking van de art. 57 en 63 Sr in een geval waarin de verdachte in een andere zaak al eerder is veroordeeld tot een gevangenisstraf terwijl de strafbare feiten waarvoor de verdachte thans is veroordeeld reeds zijn gepleegd voor de veroordeling in die andere zaak: blijkens HR 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5556 geldt in een geval als dit dat a) de rechter moet nagaan wat de maximaal op te leggen tijdelijke gevangenisstraf zou zijn geweest als alle feiten gevoegd zouden zijn behandeld en dus tot één rechterlijke uitspraak zouden hebben geleid, terwijl b) hij in ieder geval geen hogere straf zal mogen opleggen dan het hiervoor onder a) bedoelde maximum verminderd met de eerder opgelegde straffen en c) hij in geen geval hoger mag straffen dan het maximum van de vrijheidsstraf die is gesteld op het door hem te berechten feit. In casu kon het hof nog maximaal een straf opleggen van tien jaren en acht maanden in plaats van vijftien jaren en acht maanden zoals door het hof onjuist werd gesteld. Gelet op de door het hof opgelegde gevangenisstraf van negen jaren en zes maanden (na aftrek van zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn) heeft de verdachte belang bij zijn cassatieklacht hierover.
HR 28-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:482
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
28 maart 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, A.E.M. Röttgering, C. Caminada
- Zaaknummer
21/02239
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:482, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 28‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1168, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑12‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑11‑2021
- Wetingang
Essentie
Strafoplegging en werking van de art. 57 en 63 Sr in een geval waarin de verdachte in een andere zaak al eerder is veroordeeld tot een gevangenisstraf terwijl de strafbare feiten waarvoor de verdachte thans is veroordeeld reeds zijn gepleegd voor de veroordeling in die andere zaak: blijkens HR 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5556 geldt in een geval als dit dat a) de rechter moet nagaan wat de maximaal op te leggen tijdelijke gevangenisstraf zou zijn geweest als alle feiten gevoegd zouden zijn behandeld en dus tot één rechterlijke uitspraak zouden hebben geleid, terwijl ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.