Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.4.3.2:3.4.3.2 Werking van het verzuim en een ingebrekestelling / Bedingen
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.4.3.2
3.4.3.2 Werking van het verzuim en een ingebrekestelling / Bedingen
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583627:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
113. Hiervoor is gesteld dat een voor de overgang van de vordering uitgebrachte ingebrekestelling of een voor de overgang van de vordering bewerkstelligd verzuim ook ten gunste van de nieuwe schuldeiser werkt.1 Hetzelfde geldt voor de uitoefening van andermans vordering. Stelt de bevoegde derde de schuldenaar in gebreke, dan werkt de ingebrekestelling ook ten gunste van de schuldeiser en andere inningsbevoegde personen. Heeft de bevoegde derde een ingebrekestelling verstuurd en wordt vervolgens de rechthebbende (of een andere derde) vervolgens (weer) bevoegd, dan is het derhalve niet nodig dat nogmaals een ingebrekestelling uitgaat naar de schuldenaar. Omgekeerd: heeft de schuldeiser een ingebrekestelling uitgebracht voordat de derde inningsbevoegd is geworden, of was de schuldenaar reeds in verzuim, dan werken de ingebrekestelling en het verzuim ook ten voordele van de inningsbevoegde derde. De inningsbevoegde derde hoeft geen nieuwe ingebrekestelling te sturen.
Op de stille cessie kan dit als volgt worden toegepast. Had de stille cedent vóór de stille cessie een ingebrekestelling gestuurd of het verzuim van de schuldenaar bewerkstelligd, dan profiteert de stille cessionaris hiervan en behoeft om die reden ná de stille cessie ook de stille cedent als lasthebber geen nieuwe ingebrekestelling aan de schuldenaar te sturen. Stelt de stille cedent de schuldenaar in gebreke na de stille cessie of wordt het verzuim op andere wijze bewerkstelligd, dan profiteert de stille cessionaris als schuldeiser daarvan, maar daardoor ook weer de stille cedent, die immers als lasthebber andermans recht uitoefent.
Hetzelfde geldt voor het geval waarin tussen de schuldenaar en de schuldeiser een beding met een fatale termijn is overeengekomen of een ander beding op grond waarvan de schuldenaar van rechtswege in verzuim raakt. De inningsbevoegde derde kan hierop een beroep doen. Als het dienstig kan zijn voor een goed beheer van de vordering, en komt de beheersbevoegde derde een dergelijk beding met de schuldenaar overeen, dan is ook de schuldeiser daaraan gebonden. Toegepast op de stille cessie: is de stille cedent voor de stille cessie een dergelijk beding overeengekomen, dan gaat dat als een nevenrecht met de stil gecedeerde vordering op de stille cessionaris. Omdat de stille cedent het recht van de cessionaris uitoefent, kan hij op het beding een beroep doen en is hij daar als inningsbevoegde derde ook aan gebonden. Komt de stille cedent na de stille cessie een dergelijk beding overeen, dan bewerkstelligt de stille cedent daardoor rechtstreeks rechtsgevolgen voor de vordering van de stille cessionaris,2 kan hij op grond daarvan op het beding een beroep doen en is hij daar als inningsbevoegde derde ook aan gebonden.