Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/8.2.3:8.2.3 Verlengingsmogelijkheden
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/8.2.3
8.2.3 Verlengingsmogelijkheden
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90998:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 augustus 2015, NJ 2016/263 (Zalco).
Zie hoofdstuk 14, paragraaf 14.3.2.3 voor het pleidooi voor meer partijautonomie bij bestanddeelvorming.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de twee hiervoor beschreven gevallen waarin de leverancier zijn voorrangspositie op de door hem onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak verliest, kan de leverancier zijn voorrangspositie verlengen tot de eenheidszaak. Ten eerste kan de geleverde zaak een bestanddeel worden van de nieuwe eenheidszaak op grond van art. 5:14 lid 2 BW. In dit geval verliest de leverancier zijn voorbehouden eigendom met bertrekking tot de geleverde zaak. Zijn voorrangspositie ‘verlengt’ zich echter van rechtswege tot een aandeel in deze nieuwe zaak. Dit volgt uit de wet en het Zalco-arrest.1
Ook als de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak een bestanddeel wordt van een hoofdzaak, verliest de leverancier zijn voorrangspositie. De leverancier kan zijn voorrangspositie in dat geval voortzetten op de eenheidszaak door een pandrecht te bedingen. Dit is geen voorbehouden pandrecht, maar een pandrecht dat de koper vestigt ten gunste van de leverancier. Hij is dus afhankelijk van medewerking van de koper. De leverancier loopt echter wel een reëel risico om een tweede pandrecht te verkrijgen, omdat de koper ten gunste van een andere schuldeiser doorgaans eerder in tijd een pandrecht op de zaak heeft gevestigd (bij voorbaat).
Andere mogelijkheden voor de leverancier om zijn voorrangspositie te behouden of te verlengen tot de eenheidszaak door natrekking bestaan niet in het huidige Nederlandse recht.
De leverancier zal daarom willen voorkomen dat zijn zaak een bestanddeel wordt van een andere zaak en hij als gevolg daarvan zijn voorbehouden eigendom of recht van reclame verliest. Art. 7:87 lid 3 BW bepaalt voor een overeenkomst van goederenkrediet dat de koper de inrichting of gedaante van de zaak niet mag wijzigen, voordat hij eigenaar is geworden van de zaak. Het eigendomsvoorbehoud van de leverancier moet behouden blijven, totdat de koopprijsvordering is voldaan. Buiten dit geval kan de leverancier dit contractueel overeenkomen met de koper. Verenigt de koper de zaak echter met een andere zaak in weerwil van deze bepaling of een partijafspraak, dan heeft de leverancier slechts een schadevergoedingsvordering op de koper.2 Dit is een concurrente vordering tijdens het faillissement van de koper.
De leverancier heeft ook een verbintenisrechtelijke actie jegens de koper als eigenaar van de hoofdzaak. De koper is namelijk verrijkt ten koste van de leverancier. De leverancier kan een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking instellen. Deze vordering is ook slechts een concurrente vordering tijdens het faillissement van de eigenaar van de hoofdzaak en baat de leverancier dan vaak ook niet.3