NJ 1931, p. 758
Officier van Justitie, requirant van cassatie tegen een beschikking van een Gerechtshof. O. M. als hoofdpartij.
HR 12-01-1931, ECLI:NL:HR:1931:258, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 januari 1931
- Magistraten
(Mrs. Savelberg, Taverne, Schepel, de Menthon Bake.)
- Zaaknummer
[121931/NJ_1931,_p._758]
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS152790:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1931:258, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑01‑1931
- Wetingang
(BW art. 70; Rv art. 323.)
Essentie
Officier van Justitie, requirant van cassatie tegen een beschikking van een Gerechtshof. O. M. als hoofdpartij.
Samenvatting
[Vordering van den O. v. J. tot doorhaling van een akte van den burg. stand. Eischer door de Rechtb. niet-ontv. verklaard in zijn vordering. Beschikking door het Hof bevestigd.. Cassatieberoep ingesteld door den O. v. J.]
De O. v. J., de doorhaling van een akte van den burg. stand aan de Rechtb. verzoekende, treedt daarbij op als hoofdpartij en heeft dus, volgens art. 323 Rv., de gewone wijze van rechtsvordering te volgen. Hij kan dus wel in hooger beroep komen tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.