Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.2.2
7.2.2 Het Belgische recht
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90963:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
François & Cuypers 2013, Commentaar bij art.20, 5°H yp.W., nr. 2.
Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.2.2 en 3.2.4 voor de verklaring van dit verschil in gevolgen tussen het Nederlandse en Belgische recht.
Byttebier 2005, nr. 440-444; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art.20, 5° Hyp.W., nr. 2.
François & Cuypers 2013, Commentaar bij art.20,5°Hyp.W., nr. 2.
Art. 1184, 1654 en 1656 BBW. Dirix & De Corte 2006, nr. 277; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art.20, 5° Hyp.W., nr. 2. Zie voor het toestaan van een buitengerechtelijke ontbinding: Stijns 2000, nr. 43-50; Byttebier 2005, nr. 450; Tilleman 2012, nr. 1140.
Dirix & De Corte 2006, nr. 273.
Smits 2000, p. 132.
Art. 63 en 99 Faill.W.
Betaalt de koper de koopprijs voor de gekochte zaken niet, dan kan de leverancier deze zaken binnen acht dagen na aflevering opeisen bij de koper. Dit is zowel buiten als tijdens het faillissement van de koper mogelijk. De leverancier herkrijgt hiermee het bezit van de zaken.1
Anders dan in het Nederlandse recht wordt de koopovereenkomst niet ontbonden met het inroepen van het recht van reclame. Ook herkrijgt de leverancier niet de eigendom.2 De leverancier dient hiervoor de koopovereenkomst te ontbinden. Ontbinding heeft tot gevolg dat de eigendom van rechtswege en met terugwerkende kracht toekomt aan de leverancier.
Dat een leverancier zaken kan opeisen zonder voorafgaande of gelijktijdige ontbinding en dus zonder eigenaar te zijn, kan alleen historisch worden verklaard. Het recht van reclame stamt uit het Romeinse recht en is vrijwel ongewijzigd overgenomen in de huidige Hypotheekwet. In het Romeinse recht werd de koper pas eigenaar door betaling en kon de leverancier de onbetaalde zaken als eigenaar revindiceren. In het huidige Belgische recht wordt de koper echter al direct eigenaar na verkoop en niet pas na betaling. Doordat het reclamerecht echter ongewijzigd is overgenomen, kan nu een niet-eigenaar de verkochte zaken opeisen.3
Voor de uitoefening van het recht van reclame geldt een termijn van acht dagen op grond van art. 20, 5° 7e zin Hyp.W. Voor ontbinding geldt in deze situatie dezelfde termijn.4 De leverancier dient de ontbinding in rechte te vorderen, tenzij partijen een ontbindend beding zijn overeenkomen.5 De rechter ontbindt de overeenkomst indien de tekortkoming voldoende ernstig is of nakoming niet meer mogelijk. Opnieuw kunnen partijen hiervan contractueel afwijken. Partijen kunnen bijvoorbeeld afspreken dat ontbinding al mogelijk is als de koopprijs niet wordt betaald.6
In de (zeer korte) periode van acht dagen tussen de verkoop en het reclameren van de zaken kunnen de zaken in waarde zijn gedaald of gestegen. De leverancier herkrijgt dan de eigendom van de zaken die meer of minder waard zijn geworden.
Bij een waardedaling kan de leverancier schadevergoeding vorderen van de koper. De leverancier dient in positie te worden gebracht als ware de overeenkomst nagekomen op grond van art. 1149 BBW.7Art. 1150-1151 BBW beperken de vergoedingsplicht tot de schade die de koper voorzag of kon voorzien.
Onduidelijk is aan wie een waardestijging van de zaak toekomt. Enerzijds is de leverancier door de ontbinding met terugwerkende kracht altijd eigenaar geweest van de zaak. De waardestijging daarna lijkt in het vermogen van de leverancier te vallen. Anderzijds geldt voor het eigendomsvoorbehoud (en het pandrecht) een verrijkingsverbod op grond van art. 72 Pandwet, inhoudende dat de leverancier de zaak mag revindiceren, maar het gedeelte van de waarde van de zaak dat hoger is dan zijn vordering op de koper – het overschot – moet afdragen aan de koper (of een zekerheidsnemer met een lagere rang). Wordt dit verrijkingsverbod analoog toegepast op het recht van reclame, dan moet de overwaarde afgedragen worden aan de koper.
Naast het recht van reclame heeft de leverancier het voorrecht van de onbetaalde verkoper. Dit geeft de leverancier een bevoorrechte aanspraak op de opbrengst van de geleverde zaak voor voldoening van zijn koopprijsvordering. Hij wordt bij voorrang voldaan tot de hoogte van zijn vordering. De ‘overwaarde’ wordt verdeeld onder andere schuldeisers. Is de opbrengst lager dan de vordering, bijvoorbeeld door een waardedaling van de zaak, dan houdt de leverancier een restvordering op de koper.
Het voorrecht kan worden ingeroepen op het moment dat andere schuldeisers zich verhalen op de zaken. De leverancier kan ook beslag leggen en de zaken executeren na hiervoor verlof te hebben gekregen. Het voorrecht geeft de leverancier zelf geen recht om de zaken executoriaal te verkopen. Tijdens het faillissement dient de leverancier zijn vordering in te dienen bij de curator, waarna hij bij uitdeling via de boedel met voorrang, maar na omslag van de faillissementskosten, wordt voldaan op grond van zijn voorrecht.8