Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/5.2.4:5.2.4 Afronding; gevolgen voor controversiële aspecten van gebruik van synthetische belangen
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/5.2.4
5.2.4 Afronding; gevolgen voor controversiële aspecten van gebruik van synthetische belangen
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS351717:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onderzocht is in hoeverre synthetische belangen kunnen worden ingebed in de regeling van besluitvormingsrechten: kunnen besluitvormingsrechten van aandeelhouders naar geldend recht toekomen aan houders van economisch belangen bij aandelen en staat het ontbreken van economisch belang in de weg aan het uitoefenen van besluitvormingsrechten door aandeelhouders?
Geconcludeerd is dat er naar huidig recht geen aanknopingspunten zijn voor toekenning van bijeenroepingsrecht, agenderingsrecht en vergaderrecht aan anderen dan aandeelhouders, houders van bewilligde certificaten en bepaalde pandhouders en vruchtgebruikers. De wet vereist niet dat een aandeelhouder, voor het uitoefenen van het bijeenroepingsrecht, agenderingsrecht en vergaderrecht, zelf het economische belang bij zijn aandelen houdt. Het stemrecht op de aandelen komt naar huidig recht slechts toe aan aandeelhouders en kan onder omstandigheden toekomen aan pandhouders en vruchtgebruikers, maar niet aan houders van (slechts) economische belangen. Voor het uitoefenen van het stemrecht is niet vereist dat een aandeelhouder zelf het economische belang bij zijn aandelen houdt. Zelfs bij een netto negatief belang bij de aandelen beschikt de aandeelhouder over deze besluitvormingsrechten, afgezien van mogelijke beperkingen op grond van de eisen van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW, waarover paragraaf 6.4.2.
De vordering tot vernietiging van besluiten kan worden ingesteld door een ieder die een redelijk belang heeft bij naleving van de niet-nagekomen verplichting. Aandeelhouders moeten ook aantonen dat zij zo’n redelijk belang hebben, hetgeen lastiger of zelfs onmogelijk zal zijn als zij geen (of een netto negatief) economisch belang bij hun aandelen hebben. Houders van economische belangen bij aandelen zullen een redelijk belang hebben bij de naleving van wettelijke of statutaire bepalingen over totstandkoming van besluiten en van reglementen die rechten aan hen toekennen, en bij de naleving van artikel 2:8 BW voor zover zij binnen de kring van dat artikel vallen. Verdedigd wordt dat een houder van niet-bewilligde certificaten (certificaten zonder vergaderrecht) vernietiging van een besluit kan vorderen wegens niet-naleving van genoemde normen jegens de houder van de onderliggende aandelen, waar die niet- naleving het belang van de certificaathouder schaadt. Dat lijkt mij juist; ik meen voorts dat ook een persoon die op andere wijze het economische belang bij aandelen houdt in zo’n geval die vordering toekomt, voor zover zijn belang voldoende op één lijn te stellen valt met dat van een certificaathouder.
In paragraaf 3.3 is gewezen op verschillende controversiële aspecten van het gebruik van synthetische belangen, met name het omzeilen van verplichtingen tot het melden van substantiële belangen in beursvennootschappen en empty voting. De voorgaande conclusies over de inbedding van synthetische belangen in de regeling van besluitvormingsrechten impliceren dat die regeling de controversiële aspecten van het gebruik van synthetische belangen niet of nauwelijks kan beperken. Het verwerven van een economisch belang bij aandelen zonder juridisch belang wordt ongemoeid gelaten, al komen de houder van zo’n economisch belang geen besluitvormingsrechten toe, met uitzondering, onder omstandigheden, van het recht vernietiging van besluiten te vorderen op de voet van artikel 2:15 BW. Omgekeerd kan een aandeelhouder, ondanks het ontbreken van economisch belang bij zijn aandelen en behoudens eventuele beperkingen op grond van artikel 2:8 BW, ongehinderd besluitvormingsrechten uitoefenen, zij het dat hij mogelijk geen redelijk belang zal hebben bij de vordering van artikel 2:15 BW.