NJB 2024/1899
De gemeenteraad mocht in de huisvestingsverordening een vergunningplicht voor het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte opnemen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het college had bij het besluit op bezwaar de regelgeving die gold ten tijde van het primaire besluit moeten toepassen
ABRvS 28-08-2024, ECLI:NL:RVS:2024:3424
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
28 augustus 2024
- Magistraten
Mrs. Daalder, Bangma, Schipper-Spanninga
- Zaaknummer
202203480/1/A2
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:3424, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 28‑08‑2024
- Wetingang
(art. 3:2, 3:46, 6:19, 6:24, 7:11, 8:88, 8:113 Awb; art. 6 EVRM; art. 2, 21 Huisvestingswet 2014 (zoals geldend van 1 juli 2017 tot 1 januari 2021 en van 1 januari 2021 tot 1 januari 2024); Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (zoals geldend van 1 juli 2019 t/m 1 april 2020, van 2 april 2020 t/m 23 december 2020, van 24 december 2020 t/m 31 mei 2021, van 1 juni 2021 t/m 28 februari 2022 en van 1 maart 2022 t/m 30 juni 2023))
Essentie
De gemeenteraad mocht in de huisvestingsverordening een vergunningplicht voor het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte opnemen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het college had bij het besluit op bezwaar de regelgeving die gold ten tijde van het primaire besluit moeten toepassen
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college), appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 26 april 2022 in zaak nr. 21/193 in het geding tussen: [wederpartij] en het college.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 19 mei 2020 heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.