NJB 2024/2457
In een zaak over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing weigert de kinderrechter blijkens een e-mail van de griffie een moeder toe te laten als belanghebbende. De moeder gaat in hoger beroep. Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk op grond van zijn overweging dat de e-mail niet kan worden aangemerkt als een beschikking. Hoge Raad: 1. Einduitspraak. Vatbaar voor rechtsmiddel. Met de afwijzing van het verzoek om de moeder als belanghebbende aan te merken wordt haar een volwaardige deelname aan de procedure onthouden. Deze beslissing is van dezelfde aard als een afwijzing in de dagvaardingsprocedure van een verzoek van een derde tot voeging of tussenkomst. Dat is ten aanzien van de derde een einduitspraak, waarvan hoger beroep of cassatieberoep openstaat. 2. Belanghebbende. a. Maatstaf. De vraag of een betrokkene belanghebbende is in de zin van art. 798 lid 1 eerste volzin Rv, dient te worden beantwoord met inachtneming van de uit art. 8 EVRM voortvloeiende eisen. Slechts indien het onderwerp van de zaak ertoe kan leiden dat de rechten of verplichtingen waarop de betrokkene zich beroept, rechtstreeks door de rechterlijke beslissing worden geraakt, is die betrokkene in die zaak belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 eerste volzin Rv. b. Toepassing. De moeder heeft aangevoerd dat de minderjarige bij de moeder verblijft en door de moeder wordt opgevoed en verzorgd. Daarvan uitgaand zou een uithuisplaatsing de rechten en verplichtingen van de moeder ten aanzien van de minderjarige rechtstreeks raken.
HR 15-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1667
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 november 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, K. Teuben
- Zaaknummer
24/00109
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:987, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑01‑2024
- Wetingang
(art. 6, 8 EVRM; art. 798 lid 1 eerste volzin Rv)
Essentie
In een zaak over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing weigert de kinderrechter blijkens een e-mail van de griffie een moeder toe te laten als belanghebbende. De moeder gaat in hoger beroep. Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk op grond van zijn overweging dat de e-mail niet kan worden aangemerkt als een beschikking. Hoge Raad: 1. Einduitspraak. Vatbaar voor rechtsmiddel. Met de afwijzing van het verzoek om de moeder als belanghebbende aan te merken wordt haar een volwaardige deelname aan de procedure onthouden. Deze beslissing is van dezelfde aard als een afwijzing in de dagvaardingsprocedure van een verzoek van een derde tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.