JWB 2011/553
Onrechtmatige daad
HR 18-11-2011, ECLI:NL:HR:2011:BS8796
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
18 november 2011
- Zaaknummer
10/03964
- LJN
BS8796
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BS8796, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑11‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BS8796, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑09‑2011
- Wetingang
Art. 81 RO
Essentie
Onrechtmatige daad
Samenvatting
Casus
Er is een verstekvonnis en een verzetvonnis gewezen van de kantonrechter waarvan nu beroep in cassatie wordt ingesteld.
De grondslag van de vordering was een onrechtmatige daad, bestaande uit het (medeplegen van) mishandelen van eisers en het wederrechtelijk binnendringen van hun woning, waarvoor gedaagden strafrechtelijk zijn veroordeeld.
Uit het verstekvonnis blijkt dat verweersters bij één dagvaarding elk afzonderlijk een vordering hebben ingesteld, welke vorderingen afzonderlijk onder de in artikel 332 lid 1 Rv genoemde grens van € 1.750,00 blijven. Voor de beoordeling of het vonnis waarbij de beide vorderingen zijn afgedaan vatbaar is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.