Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.3.2
12.3.2 Vorderingen die naast of in plaats van de hoofdvordering ontstaan
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589505:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
De vergoedingsvorderingen ten aanzien van vaststellingskosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten ontstaan waarschijnlijk in het vermogen van degene die de kosten maakt, hetgeen billijk is. Zie hiervóór nr. 373. Zij blijven hier buiten beschouwing.
Zie hiervoor nr. 395 en 402.
In zoverre is de verkrijging van nieuwe rente- en boetevorderingen door de nieuwe schuldeiser vergelijkbaar met de verkrijging van nieuwe huurvorderingen door de nieuwe verhuurder.
Zie hiervóór nr. 408.
Zie hiervóór o.a. nr. 338.
Zie hiervóór nr. 339.
749. De vorderingen die naast of in plaats van de hoofdvordering ontstaan, zijn onder meer de aanvullende en vervangende schadevergoedingsvorderingen wegens wanprestatie, de rentevorderingen, de boetevorderingen en de dwangsomvorderingen.1 Deze vorderingen jegens de schuldenaar ontstaan steeds van rechtswege in het vermogen van de schuldeiser. Na een stille cessie ontstaan de vorderingen van rechtswege in het vermogen van de stille cessionaris.
De wettelijke schadevergoedingsvorderingen wegens een toerekenbare tekortkoming van de schuldenaar, zoals vervangende schadevergoeding en vertragingsschade (waaronder wettelijke rente), ontstaan op grand vande wet in het vermogen van de schuldeiser van de vordering. De schuldenaar schiet tekort jegens zijn schuldeiser; de wet verbindt daaraan om die reden het rechtsgevolg dat de vordering in het vermogen van de schuldeiser ontstaat. Bij de overgang van vorderingen ontstaan de schadevergoedingsvorderingen derhalve na het moment van de overgang van de vordering op grond van de wet in het vermogen van de nieuwe schuldeiser. Na de overgang van de vordering schiet de schuldenaar tekort jegens zijn nieuwe schuldeiser, en daarom ontstaan de vorderingen in zijn vermogen. Als de vordering door een derde wordt geïnd, in eigen naam of in naam van de schuldeiser, ontstaan de schadevergoedingsvorderingen op grond van de wet in het vermogen van de schuldeiser. De schuldenaar schiet jegens zijn schuldeiser tekort, niet jegens de inningsbevoegde derde, en derhalve ontstaan de schadevergoedingsvorderingen wegens de wanprestatie van de schuldenaar in het vermogen van de schuldeiser. Na de stille cessie ontstaan de schadevergoedingsvorderingen wegens wanprestatie derhalve in het vermogen van de stille cessionaris. V alt de schade bij de stille cessionaris door persoonlijke omstandigheden hoger uit, dan kan dat op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen. De hoogte van de schadevergoedingsvordering wordt beperkt door de schade die de stille cedent als schuldeiser zou hebben geleden.
750. Contractuele rentevorderingen en boetevorderingen ontstaan op grond van overeenkomst. De hoofdregel is dat dergelijke vorderingen ontstaan in het vermogen van de partij bij de overeenkomst, tenzij anders is bedongen (vgl. o.a. het derdenbeding, art. 6:253 BW). Bij de overgang van de overeenkomst, bijvoorbeeld een huurovereenkomst (art. 7:226 BW), verkrijgt de nieuwe partij de vorderingen die ontstaan uit de overeenkomst. Gaat een huurvordering over en niet de huurovereenkomst, dan verkrijgt de nieuwe schuldeiser van huurvordering niet 66k de andere huurvorderingen die na de overdracht uit hoofde van de huurovereenkomst ontstaan. Deze vorderingen blijven ontstaan in het vermogen van de oude schuldeiser, die immers partij is gebleven bij de huurovereenkomst.
Voor rentevorderingen en boetevorderingen geldt dat zij eveneens ontstaan in het vermogen van de partij bij het desbetreffende rente- of boetebeding.2 Op grond van art. 6:142 lid 2 BW worden de rentebedingen en de boetebedingen als nevenrechten aangemerkt. Deze bedingen vormen een onderdeel van de overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt. Zij gaan op de nieuwe schuldeiser over. Omdat ook bij een stille cessie de nevenrechten overgaan op het moment van de levering, verkrijgt de stille cessionaris als nevenrechten ook die delen van de overeenkomst op grand waarvan de nieuwe rente- en nieuwe boetevorderingen ontstaan die betrekking hebben op de gecedeerde vordering. Niet de bestaande rente- en boetevorderingen, maar de contractuele ontstaansgronden van de toekomstige vorderingen (de rente- en boetebedingen) gaan met de hoofdvordering over. De stille cessionaris wordt door de overgang van het beding de nieuwe partij bij het beding en verkrijgt uit dien hoofde de rente- en boetevorderingen die na de overgang van de hoofdvordering ontstaan.3 Omdat de wet nergens bepaalt dat rente- en boetevorderingen ontstaan in het vermogen van de schuldeiser van de hoofdvordering, worden de rente- en boetebedingen als nevenrechten aangemerkt teneinde de nieuwe schuldeiser de toekomstige rente- en boetevorderingen te laten verkrijgen. Wordt de hoofdvordering door een derde geïnd, bijvoorbeeld door de stille cedent krachtens een last tot inning, dan blijven de rente- en boetevorderingen in het vermogen van de schuldeiser (de stille cessionaris) ontstaan, omdat hij partij is bij het rentebeding en het boetebeding. Het maakt daarbij niet uit of de inningsbevoegde derde de vordering in eigen naam int of in naam van de schuldeiser. De vorderingen ontstaan van rechtswege in het vermogen van de schuldeiser.
751. Een dwangsomveroordeling kent dezelfde dogmatische constructie als de rente- en boetebedingen.4 De dwangsomvordering ontstaat in het vermogen van de persoon die partij is bij de dwangsomveroordeling. De ontstaansgrond van de dwangsomvorderingen, namelijk de dwangsomveroordeling (het 'recht' op de dwangsom), gaat als nevenrecht op de nieuwe schuldeiser over. Hierdoor ontstaan na de overgang van de vordering de (toekomstige) dwangsomvorderingen in het vermogen van de nieuwe schuldeiser. Wordt de hoofdvordering door een derde geïnd, dan blijven de dwangsomvorderingen in het vermogen van de schuldeiser ontstaan, omdat hij partij is bij de dwangsomveroordeling. Bij de stille cessie is dit niet anders. De recht uit hoofde van de dwangsomveroordeling gaat op het moment van de levering als nevenrecht op de stille cessionaris over, waardoor na de stille cessie de dwangsomvorderingen in het vermogen van de stille cessionaris ontstaan.
Omdat de vorderingen op grand van de wet dan wei vanwege de overgang van nevenrechten van rechtswege ontstaan in het vermogen van de schuldeiser, levert de verkrijging van deze rechten weinig problemen op. De vorderingen ontstaan na de stille cessie in het vermogen van de stille cessionaris. De tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW staat hieraan niet in de we g. Deze bepaling kan de hoogte van de schadevergoeding beperken, maar is niet van invloed op het vermogen waarin de vordering ontstaat.
752. De vraag of bij de uitoefening van andermans vordering de derde van rechtswege inningsbevoegd wordt ten aanzien van de hiervoor genoemde vorderingen, is een andere. De inningsbevoegde derde blijft meestal inningsbevoegd ten aanzien van de vorderingen die in de plaatstreden van de hoofdvorderingen op grond van een bepaling van zaaksvervanging, zoals een vervangende schadevergoedingsvordering.5 Het is daarbij niet van belang of de vervangende schadevergoedingsvordering ontstaat op grond van de wet of een boetebeding. De meeste regelingen kennen een bepaling van zaaksvervanging. De regeling van lastgeving vormt daarop een uitzondering. Uit de inhoud van de last dient te volgen of de stille cedent bevoegd is om ook een vordering te innen die in de plaats treedt van de stil gecedeerde vordering, ten aanzien waarvan hij inningsbevoegd was.6 Zijn partijen daarover niets overeengekomen, dan ligt het voor de hand dat de stille cedent als lasthebber daartoe bevoegd is.
De derde kan van rechtswege inningsbevoegd worden ten aanzien van aanvullende vorderingen, zoals rentevorderingen, vorderingen tot vergoeding van vertragingsschade (waaronder wettelijke rente), vorderingen tot vergoeding van gevolgschade en dwangsomvorderingen. Gebeurt dit niet, dan kan dit resultaat bereikt worden door afzonderlijke bezwaring, onderbewindstelling of beslaglegging. Omdat in de regeling van lastgeving een bepaling ontbreekt op grond waarvan de lasthebber bevoegd is om een aanvullende vordering, zoals een rentevordering, te innen, dient (wederom) uit de inhoud van de last te volgen of de stille cedent bevoegd is om naast de stil gecedeerde vorderingen ook een dergelijke vordering te innen. Zijn partijen daarover niets overeengekomen, dan ligt het voor de hand dat de stille cedent als lasthebber daartoe bevoegd is.