NJB 2024/569
Herziening wegens novum, art. 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv: Hoge Raad verwijst naar conclusie A-G. In casu is de herzieningsaanvraag gegrond nu het in zekere mate waarschijnlijk is dat de rechter – bij bekendheid met gegevens over een stoornis bij de veroordeelde – zou hebben geoordeeld dat het delict (een vernieling) de verzoeker wegens een psychische stoornis niet kan worden toegerekend.
HR 27-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:287
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 februari 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/03925 H
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:287, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:195, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2024
- Wetingang
(art. 457 Sv)
Essentie
Herziening wegens novum, art. 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv: Hoge Raad verwijst naar conclusie A-G. In casu is de herzieningsaanvraag gegrond nu het in zekere mate waarschijnlijk is dat de rechter – bij bekendheid met gegevens over een stoornis bij de veroordeelde – zou hebben geoordeeld dat het delict (een vernieling) de verzoeker wegens een psychische stoornis niet kan worden toegerekend.
Uitspraak
Inleiding
Aanvraag tot herziening van een vonnis van de politierechter waarbij de aanvrager is veroordeeld voor vernieling tot een geldboete van € 325, subsidiair zes dagen hechtenis. De aanvraag berust op de stelling dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.