NJB 2023/2321:Commuun internationaal privaatrecht. Litispendentie. In een echtscheidingsprocedure veroordeelt de Marokkaanse rechter de man tot betaling van kinderalimentatie. De vrouw verzoekt de Nederlandse rechter om vaststelling van hogere kinderalimentatie. Het hof verklaart zich onbevoegd op grond van art. 12 Rv. Het cassatiemiddel betoogt dat het hof dit niet kon doen, omdat de Marokkaanse beslissing, bij gebreke van een verdrag, niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging in Nederland. Hoge Raad: Voor toepassing van art. 12 Rv is niet vereist dat de beslissing van de buitenlandse rechter voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar is. Dit is alleen anders als het gaat om een veroordelende beslissing en tussen Nederland en de vreemde staat een executieverdrag geldt dat voorziet in de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van die beslissing in Nederland.