NJFS 2024/142
Art. 123b lid 5 WVW 1994 houdt niet in een regeling voor de aanvangstermijn van de ongeldigheid van het rijbewijs op grond van de recidiveregeling.
Hof 's-Hertogenbosch 02-02-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:335
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
2 februari 2024
- Magistraten
Mrs. S.C. van Duijn, W.E.C.A. Valkenburg, A.E.J. Satink
- Zaaknummer
20-002079-22
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2024:335, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 02‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Verkeersrecht. Recidiveregeling. Art. 123b lid 5 WVW 1994 biedt uitleg wat onder rijbewijs moet worden verstaan, het houdt niet in een regeling of een bepaling voor de aanvangstermijn van de ongeldigheid van het rijbewijs.
Redactie: Deze uitspraak is van belang voor de vraag of aan art. 123b lid 5 WVW 1994 méér kan worden ontleend dan een uitleg wat onder een rijbewijs moet worden verstaan voor toepassing van de recidiveregeling.
Samenvatting
Veroordeling wegens rijden met een op grond van de recidiveregeling van rechtswege ongeldig verklaard (Belgisch) rijbewijs, terwijl verdachte ten tijde van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.