Einde inhoudsopgave
Wegenverkeerswet 1994
Artikel 176 [Strafbedreiging art. 5a]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Redactionele toelichting
Mededelingen die zijn gebaseerd op een of meer overtredingen van het bij of krachtens deze wet of de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften strafbaar gestelde die zijn geconstateerd vóór de datum van inwerkingtreding van deze wijziging, worden behandeld overeenkomstig de bepalingen zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze wijziging.
- Bronpublicatie:
10-05-2023, Stb. 2023, 195 (uitgifte: 14-06-2023, kamerstukken: 36164)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-10-2025, Stb. 2025, 314 (uitgifte: 29-10-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht (V)
1.
Overtreding van artikel 5a wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
2.
Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdelen a en c, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en negende lid en 70m wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.
3.
Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c tot en met f, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
4.
Overtreding van artikel 11 wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
5.
Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdeel b, 41, eerste lid, onderdelen a en b, 51, eerste lid, 61, 74, 114, 151j, 162, derde en vierde lid, 163, tweede, zesde, zevende en negende lid, en van de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover het betreft een verbod tot het gebruik van verlichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.