NJB 2025/493:Toepassing volwassenenstrafrecht op minderjarigen: gezien de wetsgeschiedenis en het IVRK is toepassing van het volwassenenstrafrecht alleen mogelijk als het kind de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en aan de in de wet neergelegde criteria voor de toepassing van het volwassenenstrafrecht is voldaan. In casu had de verdachte ten tijde van het begaan van het bewezenverklaarde feit 1 en gedeeltelijk ten tijde van het begaan van het bewezenverklaarde feit 2 de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt. Het hof heeft onjuist geoordeeld dat ook ten aanzien van die feiten, met toepassing van het volwassenenstrafrecht, een gevangenisstraf kan worden opgelegd. Gelet op het overgangsrecht is art. 495 lid 4 Sv niet van toepassing op feiten die zijn gepleegd voor de inwerkingtreding van de Wet adolescentenstrafrecht op 1 april 2014. Verder is art. 495 lid 5 Sv niet van toepassing op strafbare feiten die zijn begaan voordat de verdachte de leeftijd van zestien jaren had bereikt.