AB 2024/264
Op het verkeerde been gezet; termijnoverschrijding slechts in geringe mate verwijtbaar.
CRvB 08-05-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:935, m.nt. L.J.A. Damen
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
8 mei 2024
- Magistraten
Mrs. H.G. Rottier, J.C. Boeree, D. Hardonk-Prins
- Zaaknummer
23/2117 WSF
- Noot
L.J.A. Damen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS977464:1
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2024:935, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 08‑05‑2024
- Wetingang
Art. 6:11 Awb
Essentie
Op het verkeerde been gezet; termijnoverschrijding slechts in geringe mate verwijtbaar.
Samenvatting
Beoordeling van het voorliggende geval
De Raad stelt voorop dat appellant zich in deze procedure niet heeft laten bijstaan door een rechtshulpverlener of andere derde.
Met wat appellant naar voren heeft gebracht, is aannemelijk geworden dat de bij de inleiding beschreven samenloop van besluitvorming, met vier besluiten en op dezelfde datum een voornemen voor een boete, later gevolgd door brieven van de minister en het CJIB over dezelfde kwestie, bij hem voor verwarring heeft gezorgd. Dat appellant in verwarring verkeerde volgt bijvoorbeeld onder meer uit het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.