Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/541
Weigering bloedonderzoek, art. 163 lid 6 WVW 1994. Rechtmatigheid van inzet van (niet-registrerend) peilbaken onder auto van verdachte voorafgaande aan zijn staandehouding. Verweer dat sprake is van vormverzuim, nu plaatsen van peilbaken onder auto van verdachte moet worden aangemerkt als stelselmatige observatie waarvoor bevel ex art. 126g Sv is vereist, terwijl dat bevel niet is gegeven. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 14-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:697
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 mei 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/01389
- Conclusie
​A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Strafprocesrecht / Voorfase
Politierecht / Bevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:697, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:357, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑04‑2024
Essentie
Weigering bloedonderzoek, art. 163 lid 6 WVW 1994. Rechtmatigheid van inzet van (niet-registrerend) peilbaken onder auto van verdachte voorafgaande aan zijn staandehouding. Verweer dat sprake is van vormverzuim, nu plaatsen van peilbaken onder auto van verdachte moet worden aangemerkt als stelselmatige observatie waarvoor bevel ex art. 126g Sv is vereist, terwijl dat bevel niet is gegeven. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01389
Datum 14 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.