NJB 2025/1123:Termijn hoger beroep en ‘omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is’, art. 408 lid 2 Sv: van zodanige omstandigheid is sprake als de verdachte op de hoogte wordt gesteld van datgene wat voor hem van belang is voor de besluitvorming ten aanzien van het instellen van hoger beroep, zoals de aard of zwaarte van de bij het vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en). In casu heeft de verdachte gehoor gegeven aan het bevel van de officier van justitie van 18 april 2011 tot afname van celmateriaal ten behoeve van een DNAonderzoek, in welk bevel is vermeld dat de verdachte ‘op 09-03-2011 door de rechtbank te Rotterdam is veroordeeld ter zake van art. 3/B jo 11 Opiumwet’, waardoor op 17 augustus 2011 in verband met deze veroordeling wangslijm van hem is afgenomen. Deze omstandigheid brengt nog niet met zich dat de verdachte op (uiterlijk) die laatstgenoemde datum op de hoogte is geraakt van datgene wat voor hem van belang is voor de besluitvorming ten aanzien van het instellen van hoger beroep.