RBP 2024/56
Doorbrekingsgrond. Heeft het hof ten onrechte een voorlopig getuigenverhoor gelast indachtig een mogelijke kerkelijke rechtsgang?
HR 17-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:718
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 mei 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
23/02377
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- JCDI
JCDI:ADS972129:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:718, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1199, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑12‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
Doorbrekingsgrond. Voorlopig getuigenverhoor. Kerkelijk statuut.
Heeft het hof ten onrechte een voorlopig getuigenverhoor gelast indachtig een mogelijke kerkelijke rechtsgang?
Samenvatting
Verweerder is via een kerkelijke rechtsgang uit zijn functie als pastoor van een rooms-katholieke parochie gezet. Verweerder heeft een verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor ingediend. Inzet van het geschil is een brief van de bisschop met gevoelige inhoud met betrekking tot aan verweerder verweten imprudent gedrag jegens kinderen en de vraag of en op welke wijze de bisschop deze brief heeft teruggetrokken. Verweerder meent dat terzake sprake is van laster en/of smaad. De rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.