NJB 2024/1565
Voordeelsontneming op grond van art. 36e lid 3 Sr: daartoe is vereist dat de betrokkene is veroordeeld voor een misdrijf dat wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie en aannemelijk is dat dit misdrijf of andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Niet is vereist dat die andere strafbare feiten concreet worden aangeduid. Het staat de rechter echter vrij om dat wel te doen. Als de rechter dan oordeelt dat het de betrokkene is die deze concreet aangeduide andere strafbare feiten heeft begaan, zal uit de uitspraak moeten blijken aan welke feiten en omstandigheden de rechter dat oordeel heeft ontleend. In casu is dit ontoereikend gemotiveerd.
HR 25-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:894
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/00729
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:894, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:230, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑05‑2023
- Wetingang
(art. 36e Sr)
Essentie
Voordeelsontneming op grond van art. 36e lid 3 Sr: daartoe is vereist dat de betrokkene is veroordeeld voor een misdrijf dat wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie en aannemelijk is dat dit misdrijf of andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Niet is vereist dat die andere strafbare feiten concreet worden aangeduid. Het staat de rechter echter vrij om dat wel te doen. Als de rechter dan oordeelt dat het de betrokkene is die deze concreet aangeduide andere strafbare feiten heeft begaan, zal uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.